Welke adviezen zijn er?

Het doorlichtingsteam formuleert een advies over de verdere erkenning van de school. Er zijn twee adviezen mogelijk.: Indien de school tegemoetkomt aan de erkenningsvoorwaarden, formuleert het doorlichtingsteam een gunstig advies. Indien de school niet tegemoetkomt aan de erkenningsvoorwaarden, kan het doorlichtingsteam een ongunstig advies formuleren. Hierbij houdt het doorlichtingsteam rekening met de kwaliteitsontwikkeling of specifieke contextfactoren.

Gunstig advies

Dit advies heeft 2 varianten:

(a) gunstig advies zonder meer

(b) gunstig advies met de verplichting om te werken aan de tekorten. Het doorlichtingsverslag vermeldt geen termijn waarbinnen de onderwijsinstelling deze tekorten moet wegwerken. Bij de volgende doorlichting kunnen de tekorten in de doorlichtingsfocus staan.

 

Ongunstig advies

Dit advies heeft 2 varianten:

(a) een ongunstig advies met mogelijkheid om de erkenning niet in te trekken. Dit kan op voorwaarde dat het bestuur zich engageert om zich extern te laten begeleiden bij het werken aan de tekorten. Indien het bestuur dit engagement opneemt, volgt er een nieuwe doorlichting.

Indien het bestuur van de onderwijsinstelling gebruik wil maken van deze mogelijkheid, moet ze binnen 30 kalenderdagen na ontvangst van het doorlichtingsverslag of na de bespreking van het doorlichtingsverslag met de onderwijsinspectie haar engagementsverklaring zenden naar dlsec@onderwijsinspectie.be met als onderwerp “Aanvraag opschorting na advies 2a” of naar Onderwijsinspectie, t.a.v. het doorlichtingssecretariaat, Koning Albert II-laan 15, 1210 BRUSSEL. 

Het bestuur geeft in de mail of de brief aan dat ze het engagement van externe begeleiding opneemt om zo de intrekking van de erkenning te vermijden. Een voorbeeld van engagementsverklaring: docx bestandEngagementsverklaring bij ongunstig doorlichtingsadvies met mogelijkheid tot opschorting (advies 2a) (891 kB)

De onderwijsinspectie vermeldt in het doorlichtingsverslag binnen welke termijn een nieuwe doorlichting volgt. Deze termijn is afhankelijk van de ernst en de aard van de tekorten. De doorlichting vindt ten vroegste 90 kalenderdagen plaats nadat het doorlichtingsverslag werd bezorgd. Deze termijn geldt evenwel niet als de tekorten te maken hebben met de bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne. Dan kan een doorlichting sneller plaatsvinden. 

 

Hoe ziet een nieuwe doorlichting na een ongunstig advies eruit?

  1. Doorlichting omwille van tekorten voor de kwaliteitsontwikkeling en de kwaliteit van het onderwijs (voor CLB: kwaliteit van de begeleiding): 
    1. Alle tekorten uit de vorige doorlichting worden onderzocht. Voor de onderwijsleerpraktijk in so betekent dit hetzelfde leerplan of een ander leerplan uit hetzelfde vakdomein; in vwo dezelfde modules of andere modules uit dezelfde opleiding.
    2. Deze doorlichting is geen kopie van de vorige doorlichting. We verbreden de doorlichtingsfocus.
  2. Doorlichting enkel omwille van een tekort voor BVH:
    1. We onderzoeken alleen BVH (voornamelijk op beleidsniveau en slechts beperkt op uitvoeringsniveau). In de regel onderzoeken we altijd drie processen: één of twee processen waarvoor tekorten werden geregistreerd en één of twee processen die in de vorige doorlichting niet werden onderzocht. Wanneer voor de drie onderzochte processen tekorten werden vastgesteld, verbreden we het onderzoek uitzonderlijk tot vier processen.
    2. Deze doorlichting duurt één dag.

(b) een ongunstig advies zonder mogelijkheid om de erkenning niet in te trekken. Het bestuur van de onderwijsinstelling kan een beroep indienen tegen die onmogelijkheid. Binnen de 60 kalenderdagen na het indienen van het beroep, onderzoekt een nieuw en paritair samengesteld doorlichtingsteam de argumenten die het bestuur aangeeft om te rechtvaardigen dat er wél een mogelijkheid moet zijn om de erkenning niet in te trekken.