Wat onderzoeken we?

We stellen bij elke doorlichting twee onderzoeksvragen:

1. In welke mate ontwikkelt de onderwijsinstelling haar eigen kwaliteit, met bijzondere aandacht voor de aansturing en de kwaliteitsbewaking van de onderwijsleerpraktijk?

2. In welke mate verstrekt de onderwijsinstelling kwaliteitsvol onderwijs dat tegemoetkomt aan de kwaliteitsverwachtingen uit het OK en respecteert ze de regelgeving?

Om de twee onderzoeksvragen te beantwoorden, voeren we vier onderzoeken uit:
  1. Het onderzoek van de kwaliteitsontwikkeling
  2. Het onderzoek van één of meerdere kwaliteitsgebieden
  3. Het onderzoek van de onderwijsleerpraktijk
  4. Het onderzoek van de bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne

We voeren de onderzoeken zowel op het niveau van het beleid van de instelling als op het niveau van de schoolwerking en de onderwijsleerpraktijk.

1. Het onderzoek van de kwaliteitsontwikkeling

Dit onderzoek richt zich op de kwaliteitsverwachtingen in de rubrieken ‘kwaliteitsontwikkeling’ en ‘beleid’ uit het OK. Het doorlichtingsteam onderzoekt:

  • de visie en het strategisch beleid van de onderwijsinstelling
  • het organisatiebeleid van de onderwijsinstelling
  • het onderwijskundig beleid van de onderwijsinstelling
  • de cyclische evaluatie van de kwaliteit
  • de betrouwbare evaluatie van de kwaliteit
  • het borgen en bijsturen van de kwaliteit.

Kwaliteitsontwikkeling is het geheel van de visie, het beleid (met in het bijzonder het onderwijskundig beleid) en de kwaliteitszorg. Kwaliteitszorg is een cyclisch proces waarbij de onderwijsinstelling haar kwaliteit evalueert en waarbij ze op basis van die evaluaties de kwaliteit verankert of bijstuurt.

We vragen de onderwijsinstelling om haar kwaliteitsontwikkeling te illustreren aan de hand van een zelfgekozen thema. Het kan een thema zijn waaraan de onderwijsinstelling recent succesvol heeft gewerkt, een beleidsprioriteit waarvoor al acties en evaluaties ondernomen zijn, een thema waarvoor belangrijke bijsturingen gebeurd zijn. Bij voorkeur betreft het een thema dat voldoende relevant is in het geheel van haar werking. Enkele thema’s ter illustratie: 

  • diversiteit
  • talenbeleid
  • leerlingenevaluatie/cursistenevaluatie
  • feedback aan leerlingen/cursisten
  • financieel en materieel beleid
  • interne of externe audits
  • kwaliteitszorg
  • begeleiding van leerlingen/cursisten
  • welbevinden van leerlingen/cursisten
  • onderwijsorganisatie
  • personeelsbeleid en professionalisering
  • samenwerkingsverbanden
  • schoolcultuur en -structuur
  • school- en klasklimaat
  • onderwijsaanbod (enkel in dko/so/vwo)
  • ...

Specifiek voor het gewoon secundair onderwijs vragen we om de eigen kwaliteitsontwikkeling te illustreren aan de hand van het thema 'modernisering secundair onderwijs'. Ook bij de proceswandelingen tijdens de gesprekken onderwijsleerpraktijk komt dat thema aan bod.

 

2. Het onderzoek van één of meerdere kwaliteitsgebieden

Opgelet! Tijdens het schooljaar 2022-2023 onderzoeken we geen kwaliteitsgebied, behalve in Syntra.

 

3. Het onderzoek van de onderwijsleerpraktijk

Dit onderzoek richt zich op de onderwijsleerpraktijk en op de kwaliteitsverwachtingen uit het OK die daar een rechtstreekse impact op hebben (zie de rubrieken ‘ontwikkeling van de lerenden’ en ‘resultaten en effecten’). Het doorlichtingsteam onderzoekt:

  • de afstemming van het aanbod op de onderwijsdoelen
  • de afstemming van de begeleiding op de beeldvorming
  • het leef- en leerklimaat
  • de leer- en ontwikkelingsgerichte instructie
  • de feedback
  • de materiële leef- en leeromgeving
  • de evaluatie van de leerlingen of de cursisten
  • de leereffecten

Het onderzoek verloopt verschillend naargelang het onderwijsniveau.

  • In het basisonderwijs gaat de onderwijsinspectie na of de school de ontwikkelingsdoelen nastreeft en of ze de eindtermen bereikt.

    • In het kleuteronderwijs verloopt het onderzoek geïntegreerd; het doorlichtingsteam bekijkt het aanbod in zijn totaliteit.
    • In het lager onderwijs bekijkt het doorlichtingsteam een selectie van leergebieden. De school kiest één leergebied, de onderwijsinspectie kiest het tweede. Ze doet dit op basis van de doorlichtingsgeschiedenis van de school, het schoolportret, centrale aansturing (bv. gedurende een bepaalde periode in elke school hetzelfde leergebied in de doorlichtingsfocus) …
  • In het secundair onderwijs bekijkt het doorlichtingsteam een selectie van vakken. Het onderwijsaanbod van de school en de samenstelling van het doorlichtingsteam bepaalt mee de doorlichtingsfocus. Op basis van de doorlichtingsgeschiedenis van de school en het schoolportret verfijnt het doorlichtingsteam de doorlichtingsfocus. De onderwijsinspectie gaat na of de school de eindtermen en de doelen van het curriculumdossier van het structuuronderdeel in kwestie bereikt.
  • In het deeltijds kunstonderwijs bekijkt het doorlichtingsteam per domein een selectie van vakken.
  • In het volwassenenonderwijs bekijkt het doorlichtingsteam een selectie van opleidingen en modules (CVO) of een selectie van leergebieden en vakken (CBE).
  • In het buitengewoon basisonderwijs bekijkt het doorlichtingsteam het handelingsplanmatig nastreven van de onderwijsdoelen van (een selectie van) types die de school aanbiedt.
  • In het buitengewoon secundair onderwijs bekijkt het doorlichtingsteam het handelingsplanmatig nastreven van de onderwijsdoelen van een selectie van (delen van) opleidingsvormen die de school aanbiedt. Voor het buitengewoon onderwijs vormen de ontwikkelingsdoelen het referentiekader. Indien relevant, kan een klassenraad of schoolteam bijkomende doelen selecteren en opnemen in het handelingsplan. Die bijkomende doelen krijgen dan het statuut van ontwikkelingsdoel. Dit betekent dat het schoolteam die bijkomende doelen uitdrukkelijk moet aanbieden en nastreven.  
    Voor de beroepsgerichte vorming in opleidingsvorm 3 zijn de vastgelegde opleidingsprofielen het referentiekader, naast de decretaal bepaalde ontwikkelingsdoelen voor de algemene en sociale vorming. Omdat opleidingsvorm 4 het gemeenschappelijke curriculum aanbiedt, vormen de eindtermen en de doelen van het curriculumdossier van het structuuronderdeel het gevalideerd doelenkader.

 

4. Het onderzoek van de bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne

Dit onderzoek richt zich op de kwaliteitsverwachting in de rubriek ‘beleid’ uit het OK en op de risicobeheersing in verband met de bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne (BVH). Het doorlichtingsteam onderzoekt in elke doorlichting volgende aspecten:

  • planning en uitvoering
  • ondersteuning
  • cyclische en betrouwbare evaluatie
  • borgen en bijsturen van de kwaliteit

Het onderzoek verloopt aan de hand van drie processen die verband hebben met de bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne. De instelling kiest één proces, de onderwijsinspectie kiest twee andere processen. Op basis van vaststellingen tijdens de doorlichtingsweek kan het doorlichtingsteam besluiten nog een vierde proces te onderzoeken.

Dit zijn de processen:

  • Proces 1: elektriciteit
  • Proces 2: gebouwen en onderhoud
  • Proces 3: noodplanning
  • Proces 4: ongevallen en hulpverlening
  • Proces 5: onthaal, aankoop en controle arbeidsmiddelen
  • Proces 6: producten met gevaarlijke eigenschappen
  • Proces 7: valgevaar en toegankelijkheid
  • Proces 8: verwarming, ventilatie en verluchting
  • Proces 9: HACCP en voedselveiligheid

De ontwikkelingsschalen en processen BVH zijn terug te vinden op Doorlichten in de verschillende onderwijsniveaus.

 

Veel gestelde vragen over het onderzoek BVH

Moet de brandweer het brandpreventieverslag opmaken en met welke tussentijd dient dit te gebeuren? Het brandpreventieplan is het resultaat van een risicoanalyse, bevat conclusies en actiepunten en is actueel (actueel = tussen aflevering van het document en de controle gebeurden er geen structurele verbouwingen). Bij voorkeur maakt de brandweer het verslag op, maar ook een bevoegd persoon (preventieadviseur niveau 1) kan het opmaken.

Moeten toiletten gescheiden zijn en wat met genderneutrale toiletten? De toiletten voor de lerenden zijn gescheiden van de toiletten voor de teamleden. Voor de lerenden (m.u.v. de kleuters) zijn er gescheiden toiletten voor jongens en meisjes of genderneutrale toiletten. Voor de teamleden zijn er gescheiden toiletten voor mannen en vrouwen. Bijkomend kan de instelling ook in genderneutrale toiletten voorzien. De genderneutrale toiletten zijn in voldoende mate afgesloten, zodat ze de nodige privacy bieden en inkijk onmogelijk is. Pictogrammen maken duidelijk dat het over genderneutrale toiletten gaat.