Hoe ziet een doorlichtingsverslag er uit?

Het doorlichtingsverslag bevat de resultaten van de verschillende onderzoeken tijdens de doorlichting. De inhoudstafel ziet er als volgt uit:
  1. Administratieve gegevens
  2. In welke mate ontwikkelt de onderwijsinstelling haar eigen kwaliteit?
  3. In welke mate verstrekt de onderwijsinstelling kwaliteitsvol onderwijs?
    1. kwaliteitsgebied (als dat werd onderzocht)
    2. onderwijsleerpraktijk
  4. In welke mate voert de onderwijsinstelling een doeltreffend beleid op het vlak van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne?
  5. Respecteert de onderwijsinstelling de regelgeving?
  6. Samenvatting
  7. Advies betreffende de erkenning en aanbevelingen

De school ontvangt het doorlichtingsverslag enkele dagen na het einde van de doorlichting. De onderwijsinspectie neemt op dat moment ook telefonisch contact op met de school. De directeur kan dan feitelijke onjuistheden melden die het doorlichtingsteam nog kan rechtzetten. Het advies en de inschalingen kunnen op dat moment echter niet meer worden gewijzigd.

Ondanks de talrijke gesprekken tijdens de doorlichting, kan een onderwijsinstelling het zinvol vinden om een bespreking van het verslag aan te vragen bij de inspecteur-generaal. Dit gebeurt uiterlijk binnen 30 dagen (vakantiedagen niet meegerekend) na ontvangst van het doorlichtingsverslag. Het doel van dit bijkomende gesprek is om verduidelijking over het verslag te vragen. Op het moment van het bijkomende gesprek zijn het verslag en het advies definitief.

Omdat we de onderwijsinstelling met het doorlichtingsverslag willen ondersteunen in haar verdere kwaliteitsontwikkeling, stellen we de antwoorden op de onderzoeksvragen visueel voor. Op die manier wordt in één oogopslag duidelijk wat de sterke punten en de werkpunten zijn.

Het doorlichtingsverslag eindigt met het advies over de verdere erkenning van de onderwijsinstelling samen met een aantal aanbevelingen. Deze aanbevelingen bestaan uit sterke punten, ontwikkelkansen en tekorten.