Vooronderzoek

Tijdens het vooronderzoek komt een team van onderwijsinspecteurs een eerste keer op bezoek.

Wie?

Het inspectieteam bestaat uit minimaal twee onderwijsinspecteurs. De inspecteur-verslaggever is de verantwoordelijke van het team. Voor de school is dit de contactpersoon. Na de verzending van de aankondigingsbrief contacteert de inspecteur-verslaggever de directeur van de instelling om concrete afspraken te maken voor het vooronderzoek. Het bezoek vindt meestal plaats op maandag of dinsdag.

Wat eraan voorafging?

Wanneer de onderwijsinspecteurs een eerste maal komen, hebben ze al heel wat studiewerk verricht. Ze hebben het vorige doorlichtingsverslag en het instellingprofiel doorgenomen. Dat profiel is specifiek voor de instelling en bevat de cijfergegevens waarover de administratie in Brussel beschikt: het aantal leerlingen, het aantal zittenblijvers, het aantal GOK-leerlingen, de externe en interne leerlingenstromen, de schoolse achterstand, het personeelsverloop, enzovoort.
De onderwijsinspecteurs gaan ook na hoe de instelling zich situeert tegenover andere, vergelijkbare scholen, bijvoorbeeld scholen die allemaal in een stad gelegen zijn, scholen met een gelijkaardige leerlingenpopulatie, … Ze nemen ook de resultaten van de enquête welbevinden onder de loep.

Wat en hoe?

De onderwijsinspecteurs bekijken tijdens het vooronderzoek de gehele instelling en haar werking. Ze oordelen nog niet, maar bereiden het doorlichtingsbezoek voor. Ze kijken overal door dezelfde bril: het pdf bestandCIPO-referentiekader (408 kB). Dat referentiekader bevat alle aspecten om de kwaliteit van een school te beoordelen. Klik hier voor meer info omtrent het CIPO-referentiekader.

Het vooronderzoek speelt zich af op instellingsniveau. Tijdens het vooronderzoek verzamelen de onderwijsinspecteurs informatie aan de hand van gesprekken, observaties en documentanalyses:

  • Gesprekken: Omdat dit eerste bezoek maar één dag in beslag neemt, zijn de gesprekken met leerkrachten op deze dag veeleer beperkt. De onderwijsinspecteurs spreken vooral met de directeur en met personeelsleden die een specifieke of een coördinerende functie hebben.
  • Observaties: De onderwijsinspecteurs observeren wat er allemaal gebeurt in de instelling.
  • Documentanalyses: Op de website vind je de documenten die beschikbaar moeten zijn.

Het vertrekpunt van elke doorlichting zijn de resultaten bij de leerlingen of cursisten van wat de leerkracht doet. De onderwijsinspecteurs koppelen elke activiteit van de instelling aan het effect ervan. Kennen en kunnen de leerlingen of cursisten wat ze moeten kennen en kunnen? Vorderen de leerlingen goed door hun schoolloopbaan en zijn ze klaar om elke stap te zetten: van kleuter naar lager onderwijs, van lager naar secundair onderwijs en ten slotte de stap naar de arbeidsmarkt of naar het hoger onderwijs? Voelt iedereen zich goed op school?
Om op deze vragen een antwoord te krijgen, bekijken en bespreken de onderwijsinspecteurs tijdens de doorlichting onder meer volgende documenten en gegevens: puntenlijsten en rapporten, getuigschriften, afwezigheidscijfers, het leerlingvolgsysteem, het schoolreglement, het inschrijvingsregister, tevredenheidsonderzoeken, …

Waarom?

Tijdens het vooronderzoek maken de onderwijsinspecteurs een inschatting van de sterke en zwakke punten van de instelling die ze tijdens het doorlichtingsbezoek grondiger zullen onderzoeken. Dit noemen we de doorlichtingsfocus. De doorlichtingsfocus kan voor elke school, centrum of academie anders zijn.

De doorlichtingsfocus bevat een selectie van onderwijsdoelstellingen en procesvariabelen:

  • Onderwijsdoelstellingen: Dit zijn een of meer leergebieden of vakken, studierichtingen of opleidingen, een of meer leergebiedoverschrijdende eindtermen of ontwikkelingsdoelen, (voor CLB) een of meer begeleidingsaspecten.
  • Procesvariabelen: Dit zijn een of meer kwaliteitsaspecten van de schoolwerking, meer bepaald een of meer aspecten van personeelsbeheer, professionalisering, materieel beheer, welzijn, curriculum, begeleiding of evaluatie.

Op het einde van het vooronderzoek, dat één dag duurt, deelt de inspecteur-verslaggever de doorlichtingsfocus mee aan de directeur en eventueel enkele leden van het schoolteam. De inspecteur-verslaggever motiveert de keuze van de doorlichtingsfocus en licht toe welke aspecten als sterk en welke als zwak werden ingeschat. De directeur informeert nadien (de rest van) het schoolteam over de doorlichtingsfocus.

Info voor CLB

Voor de onderwijsinspecteurs die een CLB doorlichten, zijn er zowel gegevens over het CLB als gegevens over de scholen van het werkgebied beschikbaar.

Tijdens het vooronderzoek kunnen de medewerkers van een CLB anoniem deelnemen aan een onderzoek naar hun welbevinden.

De onderwijsinspecteurs voeren tijdens het vooronderzoek gesprekken met de directie en enkele medewerkers van het CLB zoals de contactpersonen en coördinatoren. Ze nemen ook een kijkje in documenten zoals het kwaliteitshandboek, de bijzondere bepalingen of de afsprakennota’s.

Info voor Leren en Werken

De opdrachtomschrijving in de regelgeving bepaalt wat we tijdens een doorlichting bekijken en waarover we advies geven. De werkwijze loopt echter zoveel mogelijk gelijk, ook in de centra voor deeltijds onderwijs, in de leertijd en in de centra voor deeltijdse vorming.