Blog Inspectie 2.0 bao

De blog van Lucrèce Matthijs, al meer dan 20 jaar onderwijsinspecteur basisonderwijs!

23 mei 2018

En als we elkaar eens ont-moeten?

gee my n drukkie!

Het is avond. We beginnen aan ons leesmoment met drie op bed, één links van mij, één rechts van mij. De kussens rechtop als ruggensteun. Ze kiezen een Afrikaans prentenboekje uit de boekenkast “Gee my ’n drukkie!”. We wroeten er ons samen door. Het lukt als we ook de prenten ‘lezen’ om de betekenis van de woorden te vinden en we zoeken gelijkenissen met onze taal. Zo kunnen we samen die beschrijvende Afrikaanse woorden correct invullen. Elvis die krimpvarkie se grootste begeerte is om in iemand se arm toegevou te word. Elvis is so prikkelrig soos ’n kaktus en so stekelig soos ’n skropborsel. Elvis soek na ’n drukkie. Kalvin Krokodil, gans te lelik, wat almar vir ’n soentjie vra …  Op het einde van het boek komt alles goed. Kalvin raap Elvis op in sy arms en gee hom die grootste drukkie ooit! Elvis gee ’n yslike vet soen. 

Prentenboeken leiden tot verrassende gesprekken

De volgende morgen frissen we bij het ontbijt onze nieuwe woordenschat op. Hilariteit alom want we kennen nog baie veel woorden. Het onderwerp van het boek gaat zijn weg in de gesprekken tussen mijn twee logeetjes. Even later komen ze samen mijn werkplek binnen en vertellen dat ze echt niet graag zoentjes krijgen van iedereen. Daarom gaan ze ook niet graag op bezoek bij … en ... Jammer want die mensen menen het juist zo goed met hen. “En op school zijn er meisjes die ons elke morgen een zoen komen geven.” Ze rillen als ze het vertellen. We spreken af hoe we elkaar wel kunnen begroeten en zoeken meteen als grap enkele opschriften voor een T-shirt die de klassieke ‘free hugs’ kan vervangen. Uiteindelijk beslissen ze om vanaf nu enkel high fives te geven.

De respectvolle groet van de Canadese premier

Dezelfde dag valt mij een foto op in de De Morgen. De Canadese premier Justin Trudeau begroet de Syrische vluchtelingen in zijn land heel respectvol met zijn rechterhand op zijn hart. Na enkele klikken op internet merk ik dat de man daar een gewoonte van maakt. Diezelfde hartelijke groet doet hij bij verschillende gelegenheden. Indische vrouwen begroet hij met namaste.

Ik trek de gelijkenis met mijn kleinzonen door. Zij verdienen een respectvolle groet op de manier die zij fijn vinden. Maar hoe leg je dat uit als je pas 4 en 7 bent? Zij willen niemand kwetsen en zoeken uitvluchten om de zoenen te ontwijken. (Kleuter)onderwijzers die met prentenboeken werken, vertellen dat ze vaak tot rijke en leerrijke gesprekken komen met de kinderen naar aanleiding van een verhaal.

Actualiteit en diversiteit

In verschillende klassen bespreken leerlingen de actualiteit. De problemen met het schudden van handen is heel actueel en in vele klassen vind je hierover een foto of krantenkop. Jammer dat de eeuwenband in de klas geen of weinig historische littekens aangeeft die aan de basis liggen van de religie, het gedrag, de cultuur van de mensen die ervoor kiezen om geen handdruk te geven aan iedereen. En waar komen die mensen vandaan? De geografische kaarten zijn evenmin benut om landen van herkomst te situeren. Zo jammer dat we deze kans tot inzicht en begrip voor diversiteit niet benutten en dat het enige wat rest in de hoofden van de kinderen een foto is van iemand die een ander geen hand wil geven.

Nood aan duiding en achtergrond

Kranten moeten verkopen, vandaar dat redacteurs bewust kiezen voor krantenkoppen die tot de verbeelding spreken en heel snel emoties oproepen. Het jammere is dat deze snelle emoties leiden tot voor- en tegenstanders. Via onderwijs moeten we de meerwaarde blijven zoeken door ervoor te zorgen dat leerlingen degelijke achtergrondinformatie krijgen, zodat ze niet te vlug oordelen over goed of slecht maar begrip leren opbrengen voor traditie, motieven en standpunten. Het is niet aan de school om oordelen uit te spreken maar om leerlingen vanuit de juiste informatie aan het denken te zetten. Pas dan kunnen leerkrachten en leerlingen samen genieten van waardevolle en respectvolle gesprekken. Boeiend onderwijs is een gezonde remedie tegen verzuring.

 

 

14 mei 2018

Dupeke

Schrijven DupekeHet leerlingenwerk maakt deel uit de documenten die wij tijdens een doorlichting bekijken. Voor ons is een slordig, onleesbaar schrift een ernstige reden om de onderwijspraktijk doelgericht te bekijken. Een onleesbaar handschrift kan een reden zijn van falen en van veel verdriet. Wij proberen dan ook te achterhalen hoe het zo ver is kunnen komen.

Hieronder staat een verzonnen en intriest verhaal, gebaseerd op vele vaststellingen van mezelf en mijn collega’s. Net als in een soap, drop ik alle gebeurtenissen in één aflevering.

Dupeke is een fictief kind maar zou in Vlaanderen, jammer genoeg, op de schoolbanken kunnen zitten. Elk kind kan falen als er te weinig doelgerichte en systematische aandacht gaat naar de vaardigheden van correct schrijven. Hopelijk is ‘Dupeke’ jouw kind niet en herken je geen enkel kind in dit spijtige verhaal. 

1ste leerjaar

Mijn naam is Dupeke, ik ben zes jaar en geweldig enthousiast. Ik ga naar het eerste leerjaar, mag leren lezen, schrijven en rekenen en op de computer werken. De juf heeft een groot computerscherm vooraan waarop ze alles voordoet. De nieuwe letters en woordjes leren we schrijven. De juf schrijft het woord met een elektronische pen op dat bord.  Eerst schrijven we het woord in de lucht, dan op de bank met onze vinger en dan in ons schrift. In mijn schrift staan lijntjes, op het bord niet. De juf zegt wel dat we tussen de lijnen moeten blijven maar ze toont het niet want op haar bord staan geen lijntjes. “Dupeke, jij schrijft niet goed”, zegt ze “jij kijkt niet goed naar het bord”. Soms moeten we tussen de lijntjes schrijven in ons schrift en soms staan er geen lijntjes op het blad. Ik kijk dan naar Lisa naast mij, maar afkijken mag niet echt.

2de leerjaar

We leren hoofdletters. Dit geeft stress want ik kan mijn gewone letters ook niet goed schrijven. De juf toont mij nu en dan hoe het moet maar het lukt niet goed. Ik heb al zenuwen als ik aan de schrijflessen denk. Wij schrijven nog tussen lijntjes in de schrijfles maar niet in de gewone schriften en werkboeken. De juf zegt dat ze het verschil niet ziet tussen l en e bij mij, mijn lussen zijn allemaal even groot. Ik hoopte om veel punten te krijgen voor dictee maar de juf zegt dat ze mijn geschrift niet kan lezen. “Slordig”, schrijft ze in het rood in mijn schrift, minstens één keer per week. Hoe properder ik mijn schrift wil krijgen, hoe vaker ik mezelf verbeter en uiteindelijk kan ik het niet meer lezen.

3de leerjaar

We krijgen geen schrijflessen meer. De juf zegt dat we stilaan ons eigen schrift mogen uitproberen. Mijn punten voor dictee en andere toetsen zijn niet goed. Ik moet beter op mijn geschrift letten maar ik weet eigenlijk niet goed hoe ik het beter kan doen. Juf stelt een schrijftherapeut voor maar mama en papa kunnen dat niet betalen, zeggen ze. Papa maakt zich kwaad omdat ik maar beter mijn best moet doen op school. De juf doorstreept ook heel veel foute woorden in mijn schrift maar ik heb geen plaats meer om ze opnieuw te schrijven. Ik schrijf nu ook verticaal maar ik weet niet meer wat waar hoort. 

4de leerjaar

Nu zijn we al groot. Juf zegt dat zij de schriften niet meer naleest, dat we goed naar het bord moeten kijken en dat we zelf verantwoordelijk zijn voor onze fouten. Nu weet ik wat ze bedoelt als ze zegt dat ze mijn schrift niet kan lezen. Ik moet mijn lesje wereldoriëntatie leren en de juf heeft gelijk. Ik kan mijn eigen geschrift niet lezen. Ik doorstreep woorden omdat ik twijfel of ik ze juist of verkeerd schreef. Daarom herschrijf ik ze. De juf neemt haar rode balpen en schrijft “FOEI!”, in het rood en in het groot. Mama is kwaad als ze mijn les opvraagt omdat ze het juiste antwoord op de vragen niet kan lezen. Papa telt het aantal keren FOEI!, het zijn er 30. Papa is kwaad. “FOEI is het stokwoordje van de juf”, denk ik maar dat durf ik niet luidop zeggen.

5de leerjaar

Onze juf leert ons zelfcorrectie. Soms moeten we per twee onze taak verbeteren. Ik zit naast Mieke. Fantastische meid, altijd bereid om te helpen. Zij moet mijn dictee verbeteren. “Ze kan het niet lezen”, zegt ze. De juf komt langs en vraagt mij om netter te schrijven. Ana hoort het en zegt dat de vorige juffen dat ook al gezegd hebben. De kletskous. Dat is genoeg voor één dag. Ik neem mijn agenda en schrift van wiskunde niet mee naar huis. Tegen mama en papa zeg ik dat we geen huistaak hebben. Ik doe mijn best om beter te schrijven maar het lukt niet alleen. Mama en papa betalen toch een schrijftherapeut en ik ga er twee keer in de week naartoe. Maar nu schrijf ik zo traag dat de helft van mijn taak niet ingevuld is. Daardoor kan ik mijn les van wereldoriëntatie niet leren.  De juf zegt dat ik vlugger moet werken. Ik durf haar niet vertellen dat ik trager moet schrijven van de therapeut. Ik ben bang dat ze dit een uitvlucht zou vinden.

5de leerjaar bis

Ik ben niet in het zesde geraakt, mijn punten waren te laag. Ik leerde onvoldoende mijn lessen en was niet rijp voor de volgende klas. Ik dubbel nu mijn 5de leerjaar. Mama en papa zijn heel boos op mij. Ze zeggen het niet altijd tegen mij maar ik voel het.  Ik zit nu bij meester Jan, een toffe maar strenge meester. Hij is bezorgd om mij en gelooft in mij. Dat zegt hij zelfs in volle klas, terwijl iedereen het hoort.  Hij spreekt met mij en luistert naar mij. Ik voel mij gewaardeerd. Ik vertel over mijn schrijfprobleem en de therapeut. “Ik ga daar rekening mee houden”, zegt hij. Hij vraagt hoe hij mij kan helpen. Tof! Toch is meester Jan geen gemakkelijke, hij heeft hoge verwachtingen en daagt ons constant uit. Hij zegt dat alles altijd goed komt en ik geloof hem. Alles komt goed, eindelijk, ik voel het.

 

7 mei 2018

Die maximumfactuur in het basisonderwijs

Aan een tafeltje op de Piazza Pitti In Firenze, zitten ze gezellig te keuvelen over hun toekomstplannen, vier jongens. Op de tafel staan vier lege potjes gelati en een grote lege fles acqua. Wij willen dit toffe gesprek niet onderbreken door te verraden dat wij ook Vlamingen zijn.  

Ze hebben ons door en komen vriendelijk goeiedag zeggen. ‘Op laatstejaarsreis?’. ‘Wat bezochten jullie al?’. In hun verhaal horen we de vreugde van het afstuderen in het secundair onderwijs en de roep naar meer eigen interesses in hun studies. We merken ook de heimwee naar de veiligheid van hun ‘groepje’. Een gevoel dat ik ook mocht ervaren, precies 40 jaar geleden in de paasvakantie tijdens onze Italiëreis, alsof het gisteren was.

‘Toffe jongens,’ zegt mijn vriendin en dan vertel ik haar, ik kan het niet laten, over de toffe, eerlijke, soms grappige en wijze leerlingen die wij ontmoeten tijdens de leerlingengesprekken van de doorlichtingen.

De laatstejaarsreis

Voor mij (en onze kinderen) was onze laatstejaarsreis iets fantastisch. Het was de eerste keer dat ik mocht vliegen. De reisgids van de oudste kinderen gaat nog mee, telkens we een door hen bezochte stad bezoeken in ons favoriete land Italië. Onze zelfgemaakte reisgids uit 1978 ging vorig jaar mee naar Sicilië. De bakermat van Europa, een smeltkroes van culturen was onze bestemming. Wij maakten onze reisgids zelf en het was onze examenstof voor het vak esthetica.  

De laatstejaarsreis, daar keken wij jaren op voorhand naar uit. Dat was ook nodig. Naast het voorbereidingswerk voor de gidsbeurten die we zelf moesten invullen, organiseerden we verschillende activiteiten om die reis te betalen. We maakten reclameboekjes bij een filmvoorstelling, organiseerden een “kleinkunstavond” en een fuif. Omdat we nog niet voldoende hadden, wasten we ook een paar weekends auto’s.

Schoolafhankelijk betalingsplan

Auto's wassen

In de manier waarop die laatstejaarsreis betaald wordt, is er een groot verschil tussen scholen. Soms krijgen de ouders gewoon de rekening. Dit heeft tot gevolg, zo mochten we thuis ook ervaren, dat niet iedereen mee kan omdat sommige ouders dit bedrag niet kunnen ophoesten.

Onze jongste dochter had het geluk in een school te zitten waar men veel aandacht heeft voor democratische prijzen. De school wil iedereen de kans te geven om deel te nemen aan de eindejaarsreis. De leerlingen organiseren verschillende activiteiten binnen en buiten de school. Ze koken soep, poetsen klassen, geven  een groot optreden waarbij zowel gedanst, gezongen als muziek gemaakt wordt voor een nokvolle zaal. Ouders werken samen om de genodigden te voorzien van een heerlijke maaltijd.

Ze wou vrijwiligerswerk doen in het buitenland als basis voor haar eindwerk. Toen ze haar project en haar doelstellingen voorstelde, vroeg de directeur wie haar reis zou betalen. De visie van de school was heel democratisch: wat een leerlinge kiest als eindwerk moet iedereen kunnen kiezen zonder financiële beperkingen. Ze heeft gepoetst, opgediend op feesten en in cafés en het laatste geld heft ze thuis verdiend. Telkens ze thuis de poetsdienst overnam, kreeg ze een kleine vergoeding. Ze heeft met plezier zelf haar reis betaald. 

In de basisschool

in de klas

Eenzelfde verhaal horen we in een zesde leerjaar van een basisschool. De leerlingen willen een pretpark bezoeken maar de maximumfactuur was overschreden. Ze vonden een tof en realistisch project. Leerlingen mailen, onderhandelen en verzamelen prijzen. Gaan op zoek naar het goedkoopste vervoermiddel en brainstormen over mogelijkheden om het geld zelf in te zamelen. Het resultaat is een prachtige uitstap waar iedereen kan aan deelnemen. De weg naar het pretpark is zoveel rijker dan een busrit. Ze leren een budget beheren, prijzen kennen, zich inzetten voor een doel, voor elkaar opkomen, samenwerken. De leerlingen vertellen fier tijdens het leerlingengesprek dat zij daar zelf voor spaarden en de maximumfactuur niet overschreden. 

De basis voor het echte leven is gelegd

In Jobat en vacature.com lees ik dat een studentenjob geen voordeel oplevert bij een sollicitatiegesprek. Dat verwondert mij. Het positieve is dat als je vrijwilligerswerk doet, je kansen om uitgenodigd te worden voor een gesprek met 50% stijgen. Je inzetten om met de hele klas op reis te kunnen, is ook een beetje vrijwilligerswerk en doet leerlingen smaken en snakken naar meer. 

 

2 mei 2018

Die zondagmorgen in de fitness …

Onderwijs is overal

Ik train op de loopband en hoor naast mij een gesprek tussen twee vriendinnen.

Vriendin: Hoe gaat het met Jan? Maakte hij al een keuze voor volgend jaar?

Mama: Niet echt, leren is niet zijn ding, hij heeft dyslexie en dysorthografie zoals je weet. Het is al zo moeilijk gegaan in het lager en in het secundair veranderde hij twee keer van school en moest hij een jaar dubbelen.

Vriendin: Heeft hij al een idee in welke richting hij wil gaan?

Mama: Wel, hij deed ingangsexamen voor dramadocent in Nederland en hij slaagde. Hij is fier op zichzelf en doodgelukkig.

Vriendin: Dan weet hij het al?

Mama: Hij heeft ook interesse voor orthopedagogie en in die school doen ze buitenlandse stages. 

Vriendin: Nederland is toch het buitenland?

Mama: Ja, dat is waar. Hij kreeg zelfvertrouwen door te slagen, slechts 1 op 3 mag aan de opleiding beginnen. 

Vriendin: Dan moet hij dat doen he?! Laat hem iets plezants doen, hij heeft al genoeg gefaald. 

Ik ben de luistervink van dienst en ken de jongen vaag. Onlangs zag ik hem een interview geven op een lokale zender en zag onmiddellijk zijn talent. Zijn oma vertelde mij vorig jaar dat hij schoolmoe was, zeker nu hij in een richting was beland die hem niet echt lag. Ze had duidelijk met hem te doen.    

Dit gesprek brengt mij bij mijn jongste dochter die, na jaren van leerproblemen, ook koos voor een kunstopleiding in het hoger onderwijs. “Mama, in mijn klas had bijna iedereen vroeger leerproblemen. Daardoor mochten ze uiteindelijk naar het kunstonderwijs”, vertelt ze me, positief als ze is. Ik antwoord cynisch, zelfs licht sarcastisch maar zeker niet overtuigd dat de vele labels dan toch nog voordelen hebben: “Jullie hebben allemaal geluk gehad!”.

Leerlingenbegeleiding in de scholen

Maskers

Op geregelde tijdstippen onderzoeken we leerlingenbegeleiding tijdens de doorlichtingen in het basisonderwijs. En ja, we zijn in evolutie. Scholen zetten gerichter in op de preventieve basiszorg. Dat is een gunstige evolutie waar iedereen tevreden mee is. De effecten komen gaandeweg.

 Het is echter een jammerlijke vaststelling dat scholen te weinig inzetten op resultaatsgerichte verhoogde zorg bij specifieke leermoeilijkheden. We merken dat nascholingen in de preventie en remediëring van leermoeilijkheden, de orthodidactiek van wiskunde, taal en motoriek, zelden tot nooit in het nascholingsplan voorkomen. Vlug (té vlug?) verwijzen scholen leerlingen door naar de schoolexterne zorg zonder de piste van de verhoogde zorg optimaal benut te hebben. Het aantal leerlingen dat buitenschoolse hulp krijgt om de eindtermen te bereiken, daalt nog niet.

Over kinderen met leermoeilijkheden die ook andere talenten hebben 

Ons deeltijds kunstonderwijs heeft een fantastisch aanbod beeld, muziek, drama, dans. Een ideale ontspanning voor leerlingen die het op school moeilijker hebben. Het is ook een kans voor veel leerlingen om een talent te ontplooien waar ze terecht fier op zijn en waar ze zichzelf zien in groeien. Toch horen we dat kinderen met leermoeilijkheden geen tijd hebben om na school naar de academie te gaan omdat ze naar de schoolexterne begeleiding moeten of extra lessen of taken moeten maken. En laat dit nu net in de twee voorgaande anekdotes de leerlingen zijn die later kunst studeren.

Een doordenkertje …