Blog Inspectie 2.0 so

De blog van Chris Van Woensel, onderwijsinspecteur secundair onderwijs sedert 1 september 2010!

23 november 2017

Even in de ban van cijfers (echt maar heel eventjes) en drie niveaus van organiseren

3 tandwielenOrganisatie en planning zijn essentiële vaardigheden zowel voor de onderwijsinspectie – de organisatie én de individuele onderwijsinspecteurs - als de scholen. Voor mij als beginnend inspecteur was dat een verrassing. Maar een mens leert snel … De organisatie van een doorlichtingsweek nieuwe stijl is ook voor de school een hele klus. Toch wil ik dit relativeren. In één schooljaar zijn ongeveer 37 weken. In zes schooljaren zijn dat er dus 222. Als we om de zes jaar op bezoek komen (eh … eufemisme?), dan wil dat zeggen dat gedurende één week van die 222 weken extra organisatorische inspanningen nodig zijn in functie van de onderwijsinspectie. We sluiten deze blog af met een beetje humor: dat maakt het leven aangenaam.

De onderwijsinspectie organiseert. Zij komt! Wanneer en bij wie?

‘De doorlichtingsfrequentie verhogen’ is één van de principes van het vernieuwde doorlichtingsconcept. Om de zes jaar een school bezoeken in plaats van om de tien jaar. Maar wat betekent dat in cijfers? Al vroeg in mijn professioneel leven leerde ik dankzij de lectuur van A. D. de Groot, Vijfen en zessen (1978) cijfers en het gebruik ervan relativeren. Toch zijn ze soms verhelderend. Dus geef ik hier enkele cijfers uit de publicatie ‘Het Vlaams onderwijs in cijfers’, meer bepaald het aantal instellingen so, dko en vwo waarover de onderwijsinspectie toezicht houdt:

  • scholen gewoon secundair onderwijs939
  • scholen buitengewoon secundair onderwijs119
  • deeltijds beroepsonderwijs48
  • secundair volwassenenonderwijs99
  • deeltijds kunstonderwijs168
  • centra voor volwassenenonderwijs117
  • basiseducatie13

In totaal 1503 instellingen (Centra voor Leerlingenbegeleiding en basisscholen niet inbegrepen) die 59 onderwijsinspecteurs (voor so, vwo, dko) op zes jaar tijd moeten bezoeken. Aan jou om uit rekenen. Wel rekening houden met de specifieke expertise van elke vakinspecteur. Succes!

De teamcoördinator: organiseren troef om iedereen op de juiste lijn te houden

Ganzen

Dit zijn een aantal synoniemen die je op synoniemen.net vindt voor het woord ‘organiseren’: afhandelen, afwerken, afwikkelen, beredderen, beschikken, bolwerken, coördineren, disponeren, in orde brengen, inrichten, klaarspelen, managen, opknappen, oplossen, ordenen, redderen, schikken, settelen, uitvechten, vereffenen … En soms heb ik het gevoel dat ze alle tegelijk gebeuren. Zeker wanneer ik vakinspecteur én teamcoördinator ben. Een snelle blik op mijn to do-lijstje van vorige maandag:

  • berichten checken en, indien nodig, beantwoorden
  • jaarplanning onderwijsinspectie checken op data van vergaderingen, overleg of inscholingen
  • schoolinfo telefonisch/per mail met de drie collega’s doornemen om over een focusvoorstel ‘nieuwe stijl’ te overleggen en deze voorlopig vast te leggen
  • telefonisch contact met de school voorbereiden voor het meedelen van de focus
  • met vier collega’s data afspreken voor de vier controles huisonderwijs
  • ouders contacteren om te onderhandelen over de datum van de controle
  • de opvolging van een advies twee voorbereiden (Waar ligt die school? Wat moet ik controleren? Wat waren de tekorten?) tegen donderdag (kan morgen ook nog)
  • schrijven van de twee deelverslagen van de ‘klassieke’ doorlichting vorige week

Ach ja, mijn to do-lijstjes zijn altijd te ambitieus. Een aantal zaken verschuiven naar dinsdag. Maar ik duw het gevoel dat ik niks gedaan heb weg en ben tevreden over het resultaat. Morgen komt er nog een dag.

De school organiseert de doorlichtingsweek

OrganisatieDe school die we in P4 gaan ‘proefdoorlichten’, krijgt een sjabloon toegestuurd - op dinsdag - om de gespreksmomenten en de gesprekspartners vast te leggen zoals het haar het beste past. Dat houdt in:

  • een startgesprek met het beleid over een thema dat de school zelf kiest
  • een startgesprek met elk van de vier vakgroepen (er zijn vier inspecteurs in het team)
  • een startgesprek over de leerlingenbegeleiding

Deze gesprekken vinden bij voorkeur op maandag, desnoods op dinsdag plaats. In de loop van de week komt dan nog een gesprek met de ouders en een gesprek met de leerlingen.

De volgende gesprekken vinden bij voorkeur op donderdag of vrijdagvoormiddag plaats:

  • een reflectiegesprek over de leerlingenbegeleiding
  • een reflectiegesprek met elk van de vier vakgroepen
  • een reflectiegesprek met het beleidsteam

En op vrijdagnamiddag geeft het doorlichtingsteam een overzicht in een synthesegesprek met het beleidsteam.

Het wel en wee van deze proefdoorlichting zul je de komende weken van nabij kunnen volgen. Maar nu is het tijd voor de afsluiter van vandaag.

Een TED -talk van de Zwitser Ursus Wehrli over de kunst van het organiseren of is het veeleer het ordelijk organiseren van kunst? Als je even tijd hebt: deze TED-talk is hilarisch. Op een humoristische manier legt de spreker aan de hand van concrete voorbeelden uit dat je te veel kan structureren en organiseren, dat ogenschijnlijke chaos ook zijn waarde heeft. Veel plezier!

 

16 november 2017

There is a crack in everything, that’s how the light gets in Leonard Cohen Anthem

Een muzikaal blogje vandaag. Ik begin en eindig met een stukje muziek. Ik zit tussen twee doorlichtingen in. Een ‘traditionele’ en een ‘nieuwe’ in doorlichtingsperiode 4 (P4 voor de ingewijden). Mijn laatste doorlichting van ronde drie eindigde in mineur. Het eindbesluit van het doorlichtingsteam kwam hard aan. Af en toe gebeurt dat. En dat kan vele redenen hebben. Je gaat na een intense werkweek met een slecht gevoel naar huis. Het hele weekend blijft het rondmalen in je hoofd. Gewoonlijk zoek ik troost en afleiding in muziek. Modern of klassiek, dat maakt niet uit: dat wat bij mijn stemming van het moment past. Nu is dat Leonard Cohen, die ik graag met je deel. Voor mij verwoordt en verklankt hij de hoop, die je nooit mag verliezen. Ook al ziet de realiteit er wat somber uit.

 

 

Het feit dat de onderwijsinspectie werkt binnen een welbepaald wettelijk kader – dat soms wat achterloopt op de realiteit – kan wel eens op onbegrip stuiten. Onze handelingsruimte is afgebakend en dus beperkt. En dat is maar goed ook. Dankzij de grenzen die er zijn, is vrijheid mogelijk. Absolute vrijheid bestaat niet. En dat geldt zowel voor de schoolteams als voor de onderwijsinspectie. De samenleving legt daarvoor de spelregels vast. En beide partijen moeten die kennen. Maar het blijft moeilijk als je er niet in slaagt dat duidelijk te maken.

It takes two to tango

Deze week neem ik contact op met de school die zich aangeboden heeft om een proefdoorlichting mee te maken. Het schoolteam krijgt daarbij een aantal documenten toegestuurd, die voor hen nieuw zijn. Wat daarin verwoord staat, is nieuw, want afgeleid van het kersverse referentiekader voor onderwijskwaliteit (het OK). Maar ook de wijze waarop de onderwijsinspectie met deze documenten omgaat is nieuw. Meer info vind je op onze website. De PowerPoint van de infosessies Inspectie 2.0 is daar beschikbaar gesteld: http://www.onderwijsinspectie.be/sites/default/files/atoms/files/voi-Infosessies_I20_gso-WEB.pdf

InspecteursDe aan de school aangereikte documenten kunnen fungeren als brug tussen het schoolteam en de onderwijsinspectie. Op die brug ontmoeten we elkaar, ieder met zijn eigen expertise. Dan is het mogelijk tot een gezamenlijk en door beide partijen gedragen eindoordeel te komen. Dat is mijn hoop voor de toekomst: dat moeilijke en voor het schoolteam soms verdrietige situaties kunnen vermeden worden door de nieuwe aanpak. Want onderwijsinspecteur of niet: scholen kunnen altijd – binnen de vastgelegde grenzen - op mijn sympathie en steun rekenen. Maar zoals de titel van het liedje zegt: it takes two to tango. Ik nodig in de toekomst het schoolteam uit tot de dans.

 

5 november 2017

The difficulty lies not so much in developing new ideas as in escaping from old ones. (John Maynard Keynes Brits econoom 1883-1946)

De titel is enigszins als grapje bedoeld: in de derde doorlichtingsperiode van dit schooljaar (P3 voor de ingewijden), volgende week dus, komt een school aan de beurt die nog niet bezocht is tijdens ronde drie. Dat wil zeggen dat ik de vernieuwingen even on hold zet. Even terug naar wat vertrouwd is. Mijn laatste ‘derde ronde-doorlichting’. Het lijkt nu al of ik terugkeer naar het verleden. Dat klopt niet: deze school heeft recht op dezelfde aanpak als alle andere scholen in ronde drie. Het heden moet afgerond worden. Het is wél leerzaam om terug te blikken op wat voorbij is.
Stilstaan loesjeDe volwassenen vonden - lang geleden - dat ik een bedachtzaam kind was. Nu ben ik een tot reflectie neigende volwassene. In deze tijden van (zelf)reflectie, zelfevaluatie, zelfsturing en metacognitie is dat een voordeel. Over het nadeel van zo’n ingesteldheid – en dat is er ook! - ga ik het hier niet hebben. Onderwerp van vandaag is dus metacognitie en dit op verschillende niveaus: leerlingenniveau, lerarenniveau en schoolniveau. En hoe de onderwijsinspectie daarbij betrokken is.

 

Meta-watte? Metacognitie!

Meta kleurenMetataal, metafysica, meta-analyse, metacognitie: meta betekent hier telkens ‘betreffende het onderwerp zelf’. Dus in het geval van metacognitie: kennisverwerving over het vermogen tot kennisverwerving en -verwerking. In de scholen is metacognitie op dit moment een belangrijke pijler van de vakoverschrijdende eindtermen ‘leren leren’. Want is dat niet de essentie van onderwijs: de leerlingen leren leren? Ja toch?

En belangrijk zal het blijven in de toekomst. ‘Kunnen leren’ of ‘leercompetenties’ is één van de zestien sleutelcompetenties, die de basisprincipes vormen voor de nieuwe eindtermen.(https://www.klasse.be/114462/basisprincipes-nieuwe-eindtermen/)

Metacognitie op leerlingenniveau

In het OK (het referentiekader voor onderwijskwaliteit) komt metacognitie geregeld ter sprake onder andere bij de kwaliteitsverwachting ‘De school begeleidt de lerenden’. De school, zo staat er, heeft daarbij onder meer aandacht voor het stimuleren van metacognitieve kennis en vaardigheden. Hiermee bedoelt men: de kennis en de opvattingen over het eigen denken en leren en het actief bewaken en bijsturen. Leerlingen hebben daarbij begeleiding en soms een duwtje in de rug nodig. Ik herinner me dat in mijn tienerjaren denken over leren niet bepaald mijn prioriteit was.

Wanneer ik in de toekomst een vak onderzoek zal dat gebeuren met behulp van een kader dat gebaseerd is op het OK. Eén bouwsteen ervan is het leer-en ontwikkelingsgericht aanbod. De leerlingen begeleiden bij hun ontwikkeling kan moeilijk zonder metacognitieve kennis en vaardigheden aan te bieden. Wat nu al gebeurt in het kader van de vakoverschrijdende eindtermen ‘leren leren’. Dit is dus niet echt nieuw. Een andere bouwsteen focust op het geven van feedback aan de leerlingen. Want daardoor kunnen ze die metacognitieve kennis en vaardigheden ontwikkelen.

Metacognitie op leraren – en schoolniveau.

Nu ga ik de betekenis van de term ‘metacognitie’ op een nogal eigenzinnige wijze verbreden. Men verwacht van de leerlingen dat zij kunnen nadenken over de wijze waarop zij leren en hoe ze dat leren zelf kunnen sturen. Dan kan men toch ook van het schoolteam verwachten dat het nadenkt over de wijze waarop zij het onderwijs vormgeven en organiseren? En dat proces bijsturen? En dit niet omdat zij verwachten dat binnenkort de onderwijsinspectie langs komt. Maar omdat zij streven naar kwaliteitsvol onderwijs voor alle leerlingen.

De wijze waarop zij dat doen, behoort tot hun vrijheid. Maar de samenleving heeft terecht een aantal verwachtingen daaromtrent verwoord in het OK. De onderwijsinspectie heeft deze verwachtingen hertaald in een kader dat niet alleen een stand van zaken opmaakt, maar ook mogelijkheden tot verdere ontwikkeling in beeld brengt. Dat is wél nieuw!

Samen sterk: het uitwisselen van perspectieven

Blokjes uitwisselenToen ik nog les gaf en zelf lid was van een schoolteam, vroeg ik me geregeld af hoe het onderwijsleerproces in andere scholen en klassen vorm kreeg. Was dat anders, misschien beter dan de wijze waarop ik het deed? En wat hadden mijn school en de andere scholen dan gemeenschappelijk? Want we waren toch allemaal ‘onderwijs’? Ik beschikte niet over criteria om te weten hoe goed (of niet) ik het deed. Op zoek gaan naar criteria in de pedagogische-didactische al dan niet wetenschappelijke literatuur was zoeken naar een naald in een hooiberg. Mijn lange praktijkervaring leverde wel wat op. Al doende leert men ook.

wijde blik loesje

Het kan een verrijking zijn, een extra professionalisering, wanneer schoolteams naar hun eigen handelen kijken met de instrumenten die de onderwijsinspectie hanteert. Want dat is dan voor hen een soort van metakennis over het onderwijsleerproces. Het levert criteria op die gepuurd zijn uit een bundeling van wetenschappelijk onderzoek en opvattingen van stakeholders. De schoolteams zullen heel wat mondiger de onderwijsinspectie te woord staan, gelijkwaardige partners in het gesprek zijn en daardoor minder stress ervaren. Ook dat is nieuw.

 

mannetje en boekDe onderwijsinspectie van haar kant geeft constructieve feedback aan de schoolteams, vooral in de reflectiegesprekken. Bovendien houdt zij dankzij de schoolteams voeling met de onderwijspraktijk. Beide perspectieven, dat van de schoolteams en van de onderwijsinspectie, met elkaar uitwisselen, daarover in gesprek gaan leidt hopelijk tot een krachtig middel om de Vlaamse onderwijskwaliteit verder te ontwikkelen. Maar of dat lukt, dat zal de toekomst uitwijzen.

De afsluiter voor vandaag:

Christoffel Columbus op weg naar de nieuwe wereld. Hij en zijn medereizigers laten het vertrouwde achter. Het monument dat in Lissabon, staat, beeldt het avontuur uit, het verder kijken dan de eigen omgeving. En dat bevalt me wel. Al zal het in de onderwijswereld wel zo’n vaart niet lopen dat we een volledig nieuwe wereld ontdekken.

monument colombus