Blog Inspectie 2.0 so

De blog van Chris Van Woensel, onderwijsinspecteur secundair onderwijs sedert 1 september 2010!

5 december 2017

Bij elk nieuw (levens)stadium ben je weer een groentje (Nicolas Chamfort 18de eeuw)

AquariumProefdoorlichting vier is achter de rug! Voor vier van de vijf onderwijsinspecteurs was het de eerste proefdoorlichting in het secundair onderwijs. We hebben het overleefd. De school ook. Beter nog: op vrijdagnamiddag gaan we moe, maar tevreden uit elkaar. Het schoolteam is tevreden en gaat aan de slag met de aandachtspunten die we sàmen benoemd hebben. En wij, wij vermoeden zoals een collega het formuleert, dat we ons werk grondig, kwaliteitsvol en met veel empathie voor de school uitgevoerd hebben.

Wie bewaakt de bewakers? (Juvenalis)

Ook de onderwijsinspectie is ‘doorgelicht’. In 2011 door het Rekenhof. Het tijdschrift Klasse vatte de positieve punten in het rapport als volgt samen: “De onderwijsinspectie werkt professioneel, onafhankelijk en performant”. Het rapport van het Rekenhof vermeldt in zijn aanbevelingen dat de onderwijsinspectie de eigen interne kwaliteitszorg nog verder moet ontwikkelen. Want er zijn enkele zwakkere punten (zie eerste kolom). Het nieuwe doorlichtingsconcept komt daaraan tegemoet (zie tweede kolom). Onze organisatie is dus responsief. Zouden we volgens de verwachting werken?

Werkpunt Nieuw doorlichtingsconcept
Het onderzoek van de interne kwaliteitszorg van een school voorziet niet in een globale uitspraak of de school systematisch haar kwaliteit onderzoekt en bewaakt. Gebeurt nu via het systeemonderzoek, dat een antwoord geeft op de vraag in welk mate de instelling haar eigen kwaliteit ontwikkelt …
De doorlichtingsverslagen maken geen gebruik van ontwikkelingsschalen. Ze zijn wel op verbetering gericht. Voor elk onderzoek hanteren de onderwijsinspecteurs ontwikkelingsschalen.

De verslagen zijn niet erg toegankelijk geschreven en voor ouders en leerlingen zijn ze daardoor weinig bruikbaar.

De resultaten van de onderzoeken krijgen op een verhelderende wijze vorm door middel van een grafiek. Taal blijft wel typische onderwijstaal.

De zone van naaste ontwikkeling  (ZNO van Lev Vygotsky)

ZNO: dat is het verschil tussen wat een leerling kan, meer bepaald zijn feitelijke ontwikkelingsniveau, en wat hij in de toekomst zal kunnen, zijn potentiële ontwikkelingsniveau. En daarvoor heeft hij de juiste mate van ondersteuning nodig. Een latere volgeling van Vygotsky noemde dat ‘scaffolding’ (stellingen zetten).

Mind the gap

Hieraan denk ik op het moment van de reflectiegesprekken. Naar het einde van de week toe voer ik immers twee reflectiegesprekken. Eerst met de vakgroep, later met het beleidsteam van de school. Beide gesprekken gebeuren aan de hand van ontwikkelingsschalen. Beide verlopen anders.

In de vakgroep hebben niet alle leraren de ontwikkelingsschalen die de directie hen voor de doorlichtingsweek had bezorgd, meegebracht. Een vriendelijke ziel gaat snel kopies maken zodat het gesprek toch op basis van eenzelfde referentiekader kan doorgaan. Leraren zijn pragmatisch ingesteld. Alle dagen lossen ze honderd en een concrete problemen op. De taal waarin de ontwikkelingsschalen geschreven zijn, is niet ‘hun’ taal. Maar deze behoort wél tot hun potentiële ontwikkelingsniveau. Sorry Vygotsky, dat ik misbruik maak van je concept …

Voor ouders en leerlingen ligt dat al een stuk moeilijker. Daar gebruiken we stellingen om het gesprek vorm te geven en te structureren. Sommige stellingen, vinden de ouders, gaan over zaken waarover zij met hun kinderen niet spreken. Typische onderwijsmaterie … De collega, die het gesprek met de leerlingen voert, komt ons werklokaal binnen met de woorden “Ik sta echt versteld van de opmerkingen van de leerlingen. Die zijn werkelijk relevant!”. De gesprekken worden in elk geval als een meerwaarde ervaren door beide partijen, de onderwijsinspectie en de leerlingen/ouders.

Recht in de roos!

Recht in de roosHet gesprek met het beleidsteam verloopt anders. Zij bekijken de school vanuit een ander perspectief, eentje dat dichter bij taal van de ontwikkelingsschalen ligt. Deze schalen van het systeemonderzoek - visie, onderwijskundig beleid, organisatieontwikkeling, systematische evaluatie, betrouwbare evaluatie en bijsturen en borgen – hebben geleid tot een grondige reflectie over de stand van zaken binnen de school. Ik hoor hen dezelfde discussie voeren als de onze. Gelijkaardige argumenten aanhalen. En zij komen tot hetzelfde resultaat. Op dat moment denk ik: “Jaaaaa! Het werkt!!!”