Blog Inspectie 2.0 bao oktober 2017

De blog van Lucrèce Matthijs, al meer dan 20 jaar onderwijsinspecteur basisonderwijs!

29 oktober 2017

Spelling, creatief schrijven en feedback: hadt gij dat zo al eens bekeken? 

Griet Op de BeeckHet nieuwe boek van Griet Op de Beeck, ‘Het beste wat we hebben’, is prachtig! Naar mijn subjectieve mening het beste wat ze schreef. Ik geef je dit leuke feit mee om te komen tot het opiniestuk ‘Desalniettemin’ in De Standaard van 26 oktober. Daarin lees ik dat het nogal wat mensen op de zenuwen werkte dat de schrijfster vaak de gij-vorm met de daaraan gekoppelde dt-regel gebruikt in haar nieuwe boek. Wel, eerlijk gezegd, ik ben even gestopt met lezen, zocht het op en het klopt. Vindt ge, hadt gij is correct want we zeggen ook bedoelt ge in tegenstelling tot bedoel je (zonder t). Of ik dat niet wist? Misschien zat dit gegeven in de catacomben van mijn weten maar het hoorde zeker niet tot mijn parate kennis.

Ik vind

Verder in datzelfde artikel lees ik en ik citeer: “dt-fouten zijn niet de grote getuigschrift van domheid. We maken sommige dt-fouten omdat ons geheugen ons in de weg staat”. De vorm “wordt” gebruiken we meer dan word; hij, zij, jij, Piet ... wordt in tegenstelling tot ik word. We schrijven meer over de anderen dan over onszelf. Daarom is een vaak voorkomende fout dt bij de ik-vorm.  “Bij het herlezen valt het ons zelfs niet op”, lees ik. Ik voel (h)erkenning. De d/t regel bij de ik-vorm is inderdaad diegene waar ik soms - en ik zou het vóór vandaag moeilijk tot niet hebben toegegeven - moet voor opletten.  

Dt-fouten in brieven en documenten

behoudtNeen, we zien ze niet graag staan. Mijn vriendin, een germaniste, vertelde me dat ze het uitmaakte met een lief omdat hij te veel dt-fouten schreef. “Een sollicitatiebrief vol dt-fouten komt er niet door”, zegt een directeur. In fouten die we lezen, bestaat een gradatie. Dt-fouten staan aan de top, nog steeds. Gelukkig kunnen we ons strijdlustig en falend geheugen nu de schuld geven.

De rol van het metacognitief bewustzijn bij spelling

Lang geleden deed ik onderzoek naar de rol van het geheugen bij spelling en de rol die het metacognitief (spelling)bewustzijn daarin speelt. Woorden met onder andere ou-au, ei-ij zijn geheugenwoorden. Voor ij-ei woorden had onze juf van het vijfde leerjaar een regel: ‘Als de uitspraak van de ij niet verandert in ons Brakels dialect, schrijven we een ’ij’. Dat klopt vaak. Bij mijn West-Vlaamse familie twijfel ik aan die regel. Daar lijkt een ij vooral als ie uitgesproken te worden en blijft de ei overeind. Maar we laten deze pseudowetenschap terzijde.

Voor de juiste schrijfwijze van heel wat woorden heb je je geheugen nodig. Voor andere woorden heb je regels nodig. En dan komt dat metacognitief bewustzijn op de proppen, dat interne stemmetje dat je zegt hoe je een regel moet toepassen en welke regel je moet toepassen. Dat stemmetje moet het opnemen tegen je geheugen dat blijkbaar een gewoontedier is, onder andere als je ‘ik vindt’ schrijft.

Feedback in het referentiekader voor onderwijskwaliteit

Leerkrachten doen hun best om goeie, gradueel opgebouwde spellingslessen te geven. Ik merk echter op, dat als de leerlingen fouten maken ze nog vaak het juiste woord vijf of zelfs tien keer moeten schrijven. Verstrooide en verveelde leerlingen schrijven het derde woord in de rij al fout. Als we de buurtjes een rij woorden laten nalezen, vinden zij meestal meer spellingfouten dan de schrijver zelf. Nu we weten dat ons eigen geheugen ons dreigt te bedriegen, is het goed dat we meer inzetten op goeie zelfcorrectie. Niet alle leerlingen zullen later een secretaresse hebben om hun sollicitatiebrief na te lezen of misschien missen ze de liefde van hun leven. Zelfcorrectie is naast correct schrijven een aan te leren vaardigheid.

nederlands lagerRelatief nieuw in het referentiekader voor onderwijskwaliteit (het OK) is de aandacht voor feedback. Feedback op zich is niet nieuw, maar dat de onderwijsinspectie er expliciet over rapporteert wel. Deze feedback kan in het geval van spelling inhouden dat de leraar de lerende begeleidt in een manier van leren die voor hem werkt. Op de dia hiernaast zie je een voorstelling van de inschaling van feedback in het nieuwe doorlichtingsverslag.

Creatief schrijven

Spelling is geen doel op zich. Het ultieme doel van de spellinglessen is het comfort om in dagelijkse situaties en teksten vlot te schrijven, voornamelijk vanuit het geheugen zonder hulp van de tekstcorrector of de woordenlijst der Nederlandse taal. Het creatief schrijven en het schrijfplezier steekt hier zijn kopje op. Toen ik de dictees schreef voor het Grote Dictee der Nederlandse taal van het Davidsfonds ging ik als volgt te werk. Ik selecteerde een 100-tal woorden uit verschillende spellingcategorieën, liet deze een aantal dagen rondslingeren, herlas die en stilaan dwarrelde een verhaal uit mijn onderbewustzijn. Mijn hersencellen en verbindingen daartussen houden van dat soort hilarische spelletjes; freewheelen rond woorden en verbanden zoeken die er normalerwijze geen zijn om nadien verwonderd een afgewerkt verhaal te lezen.

En waar leerde ik dat? Op school! Tijdens het examen in het vierde middelbaar moesten wij een tekst schrijven met 20 bastaardwoorden. Ik herinner mij dat ik tranen met tuiten huilde van het lachen met mijn eigen tekst. “Het spijt mij” zei ik tegen de surveillerende leraar toen ze me daarop aansprak “maar mijn tekst is zo grappig”. Alsof ik die zelf niet had geschreven.

ScholierenkoepelBeste leraar, waarschijnlijk zitten in jouw klas kinderen zoals ik. Ze moeten heel attent zijn om hun eigen fouten te zien - een te leren vaardigheid - maar ze zien in vijf losse woorden een zot verhaal waarin ze de woorden foutloos kunnen gebruiken. Door hen zo te laten experimenteren met woorden voldoe je aan een aantal andere leuke verwachting van goed onderwijs; het geleerde kunnen toepassen, transfer leggen, creativiteit ontwikkelen en zich goed voelen.

 

 

21 oktober 2017

3 verrassende uitspraken van ouders over onderwijs

4 mensen blokkenSedert de start van de proefdoorlichtingen houden we gesprekken met ouders. Ouders zijn ervaringsdeskundigen. Ze kennen de school door de ervaringen van en met hun kind. Bovendien hebben ouders een pak ervaring met de school via deelname in het beleid, oudercontacten, de dagelijkse ontvangst en andere informatie die ze krijgen. Wat wij vernemen via de ouders is niet doorslaggevend voor de uiteindelijke scores die we geven op de ontwikkelingsschalen. De gesprekken zijn echter waardevol om de school beter te begrijpen en te weten wat leeft bij de ouders.

We stellen echter vast tijdens de gesprekken met ouders dat de visie over onderwijs sterk kan verschillen bij de verschillende onderwijsparticipanten: de overheid als makers van het referentiekader van onderwijskwalteit, de ouders, de school en de leerlingen.
Uit de gesprekken met ouders haal ik drie exemplarische voorbeelden. Uit deze voorbeelden kan ik enkel concluderen dat de verschillende participanten nog veel moeten praten met elkaar om op een gelijkgerichte manier tot kwalitatief onderwijs te komen, in het belang van de kinderen.

1. Over het welbevinden van de leerlingen en graag naar de school gaan

ouder“Mijn kind is hier heel gelukkig”, zegt een papa. “Hij komt graag, al is dat misschien niet het belangrijkste.” Ik denk even na en vraag de papa of ik hem goed begreep. Licht aarzelend zegt hij: “Wel ja, niet alle kinderen gaan graag naar school”. Ik stel geen verdere vragen maar vraag mij af waarom die man dat zei. Misschien zei hij het vanuit zijn eigen ervaring. Vonden mijn eigen ouders het belangrijk dat ik graag naar school ging? Ik weet het niet echt maar mijn ouders vonden het wel belangrijk dat ik een diploma haalde om mijn weg te vinden in de maatschappij. De school heeft zeker niet aan belang ingeboet maar gelukkig staat in het referentiekader voor onderwijskwaliteit dat het schoolteam en de lerenden samen een positief en stimulerend school- en klasklimaat creëren. Het welbevinden van de leerlingen is de basis om tot studeren en ontwikkeling te komen. Daarover zijn wetenschappers het eens want het leren gaat veel vlotter als het met volle goesting gebeurt in een sfeer van vertrouwen. En niemand kan dat beter zeggen dan de Amerikaanse superlerares Rita Pierson in haar Ted Talk.

2. Over goeie en slechte punten

“Als ze iets verkeerd doen, moeten ze slechte punten krijgen” zegt een overtuigde moeder van een braaf kind. De ontwikkelingspsychologie leert ons dat werken aan de intrinsieke motivatie van kinderen een duurzamer effect heeft. Een kind komt niet naar school om een goed rapport te halen maar om bij te leren. Het maakt geen leuke tekening voor goeie punten maar om op een creatieve manier in de flow van het NU te zijn en in contact te komen met de eigen creativiteit. Een leerling is geen uur braaf om een goed punt te krijgen maar omdat hij/zij in alle rust wil bijleren. Hij/zij wil rustig zijn om een klasgenoot die nog volop aan het werk is niet te storen. Om tot dit inzicht te komen, is vertrouwen, luisterbereidheid, inspraak en overleg met de leerlingen nodig. Iets wat de meeste leraren op een fantastische manier doen.

3. Over meer of minder huiswerk

FinlandTijdens een oudergesprek vroegen sommige ouders nog meer huiswerk omdat hun kind zich verveelt thuis of omdat het kind iets niet begreep.
Mag ik van beide uitspraken zeggen dat ik ze niet begrijp? Leiden meer oefeningen tot meer begrip en een uitdagend leven?

Huistaak kan leiden tot ongelijkheid tussen de leerlingen. Als ik een zwakke leerling ben en ’s avonds nog bergen werk heb dat ik niet af kreeg op school, is dit verschrikkelijk oneerlijk. Even oneerlijk is het om ouders te vragen hun kinderen les te geven. Sommige ouders kunnen hun kinderen niet helpen bij hun huistaak om verschillende redenen:

  • Ze hebben geen tijd want ze werken laat.
  • Ze hebben geen interesse of zitten in een penibele situatie waarin het huistaak van hun kind geen prioriteit is, ook al zouden ze het zelf anders willen.
  • Ze kunnen de taak zelf niet oplossen, denk daarbij aan ouders die zelf zware leerachterstand opliepen.
  • Ouders beschikken niet over de didactische competenties van leraren, ook al zijn ze zelf degelijk opgeleid.

Voor kinderen zijn er ook verschillende redenen om het huistaak op een bepaalde avond niet te maken:

  • Ze moeten nog naar de training, de muziekschool, de academie …
  • Sommige kinderen volgen therapie na de klasuren.
  • Er zijn nog zoveel andere onvoorziene omstandigheden in het dagelijks leven.

Wat huiswerk betreft, is dit fragment uit de film over het Fins onderwijs van Michael Moore inspirerend voor leraren en ouders. De uiteindelijke autonomie blijft bij de school, liefst in overleg met de ouders en de leerlingen.

 

 

13 oktober 2017

Leraren als ontdekkers van talenten

muziekBarcelona FM MontserratBarcelona!!!!!!Ik hou er van om in de eenzaamheid van mijn wagen na een intense werkdag, mee te zingen (??) met de prachtige stemmen van Freddy Mercury en Montserrat Caballé.  Jij en ik en alle fans over de hele wereld kunnen dit prachtig lied beluisteren dankzij een muziekleraar die lang geleden in India het talent zag van de jonge Farrokh Bulsara. De jongen deed het niet zo best op school maar de leraar zag zijn muzikaal talent. Daarom raadde hij de jongen aan om zijn ouders geld te vragen voor extra muzieklessen. Lang na de dood van Freddy Mercury kunnen we genieten van de klassieke muzieklessen gecombineerd met een flinke dosis rock, zelfvertrouwen en creativiteit.

Het PMS overtuigde de ouders van Paul Verhaeghe

Een gelijkaardig verhaal hoorde ik deze week van professor Paul Verhaeghe in “Alleen Elvis blijft bestaan”. Zijn ouders werden door het toenmalige PMS (nu CLB) aangemoedigd om hun zoon verder te laten studeren. Hij beseft dat het voor zijn ouders geen gemakkelijke opdracht was om hun zoon op internaat te sturen, maar hij benutte de kans. 

Toon de wereld waartoe jij in staat bent

Een ander prachtig verhaal hoorde ik van een collega. Nietsvermoedend schreef hij lang geleden op het rapport van een Turks meisje na de basisschool: “Toon de wereld waartoe jij in staat bent”. Via Messenger liet het meisje hem weten dankbaar te zijn voor die woorden die hij al lang vergeten was. Intussen is het meisje een vrouw, gediplomeerd en bouwde ze een succesvolle carrière uit met de woorden van haar eindrapport in haar achterhoofd.

Een non zag de talenten van mijn moeder

geef me vleugelsMijn eigen moeder, ze vertelt het verhaal nog regelmatig, kreeg te horen van de zuster op school dat ze verstandig was en verder moest studeren. Het gebeurde in 1944. Studeren was geen gewoonte in haar familie en zeker voor een meisje was dit geen evidentie. Na nachtenlang huilen en dagenlang zeuren, kon ze haar papa overhalen om haar in te schrijven voor het internaat. Jammer genoeg was er geen plaats meer en waren haar kansen op een diploma verkeken. Dit heeft er toe geleid dat wij nooit konden klagen over school omdat wij kansen kregen die zij nooit kreeg.

 

Ook dit is ouderparticipatie …

Bij elke schooldoorlichting zien wij rapporten van leerlingen. Veel scholen geven terecht aandacht aan positieve feedback en verschillende leraren gaan uit van vertrouwen in leerlingen. De leraren verdwijnen uit het leven van leerlingen, maar wat ze achterlaten - misschien die ene zin of dat juiste compliment - kan het leven van een kind maken of jammer genoeg ook kraken. 

Extra middelenEn net vorige week las ik in De Standaard dat het Rekenhof vaststelt dat extra middelen kansarme leerlingen amper vooruit helpen. Het Rekenhof pleit voor het verhogen en aanmoedigen van de betrokkenheid van de ouders. Betrokkenheid van de ouders gaat ook via het kind. Als ouders mogen ervaren dat leraren vertrouwen hebben in hun kinderen, krijgen zij dat zelf ook, zowel in de school als in hun kind. Het is voor mensen die zelf niet studeerden, voor mensen uit de kansarmoede, mensen met een andere thuistaal of origine een hele stap om vertrouwen te krijgen in het onderwijs. Het doet zowel voor het kind als voor de ouders deugd, het geeft een boost om een positie boodschap te krijgen. We kennen allemaal het heerlijke gevoel te weten dat iemand in jou gelooft, toch?  En als het dan ook nog eens geschreven staat op een rapport of op een fiche die meegaat naar het secundair onderwijs, dan kan je daar levenslang energie uit halen. 

In elke school zitten jongens en meisjes die uit een omgeving komen waar verder studeren geen evidentie is. Daarom is het fijn dat wij de toenemende aandacht hebben voor de talenten en het zelfvertrouwen van elk kind. 

Niet alle verhalen zijn succesverhalen op korte termijn en vaak horen we niets meer van die leerling.  Als we geen zaadje planten, zullen we zeker niet oogsten. Mijn mama kreeg uiteindelijk niet de kans om te studeren maar stimuleerde haar kinderen om het beste uit zichzelf te halen en daar zijn wij haar heel dankbaar voor. En zij is de zuster nog steeds heel dankbaar omdat ze in haar geloofde.

3 oktober 2017

Leren omgaan met stress is als leren fietsen

Burnout“Kinderen moeten leren omgaan met stress” lees ik in een klein voorpagina-artikel van 28 september. Ja, we weten en voelen het allemaal, de verwachtingen tegenover kinderen (en volwassenen) zijn groot. Het wordt voor iedereen steeds maar drukker. Hoog tijd dat we zinloze stress een halt toeroepen! De oproep van de Hoge Gezondheidsraad komt niets te vroeg. Het hangt er alleen van af hoe we deze oproep interpreteren.   

We mogen, volgens mij, niet concluderen dat kinderen NU niet met stress kunnen omgaan. Ik illustreer dit met een  paar recente voorvallen die mij tot nadenken stemmen.  

 

 

 

Kinderen passen zich constant aan

De leerlingen krijgen tijdens een les die ik mocht bijwonen de opdracht om in groep beroepen te rangschikken volgens goede en slechte werktijden. Er ontstaan discussies. Ze geraken er niet uit, want wat is goed en wat is slecht? Janna's mama werkt ’s nachts als verpleegster. Dat is ideaal voor haar gezin, want nu ontbijten ze elke morgen samen. Bo's papa werkt van acht tot vijf, maar staat elke morgen in de file. De papa van Rune staat heel vroeg op als postbode, maar is heel vroeg thuis om Rune naar zijn sportclub te brengen. Andere leerlingen blijven lang in de opvang, omdat hun ouders niet op tijd aan de schoolpoort kunnen zijn.

Ik concludeer dat veel leerlingen zich al heel jong leren aanpassen aan de flexibiliteit die een gezin met werkende ouders vraagt.

Kunnen kinderen echt niet veel aan?

 “Ze zijn doodop,” zegt een jonge mama mij op het einde van de vakantie. Als leraar en mama had ik het geluk te mogen genieten van een bijna volledige grote vakantie samen met mijn kinderen. De twee jongens van de mama die mij aansprak, hadden een fantastische, maar vermoeiende vakantie achter de rug. Een paar weken bij de grootouders, op kamp, naar de opvang, een weekje thuis met mama en papa en op vakantie in het buitenland. Beide jongens leggen een immense flexibiliteit aan de dag! Steeds een andere omgeving, nieuwe afspraken en verwachtingen. Ze verwerken een veelheid aan prikkels, passen zich aan qua voeding en gewoonten. Ik knik dat ik het begrijp en denk aan mijn eigen kinderen die verkozen om rustig thuis in de zandbak te spelen boven de drukke speelpleinwerking waar ze ook naartoe konden.  

De school zet in op veiligheid en rust

Ik lees in een schoolvisie dat de school inzet op rust. De directeur licht toe dat het gaat over rust via afspraken die moet leiden tot samen spelen, samen leren, samen werken. Rust, die er voor zorgt dat leraren en leerlingen niet over hun eigen grenzen gaan en daardoor de pedalen verliezen. Rust die er moet voor zorgen dat alles stapje per stapje mag veranderen en er een stappenplan is voor elk nieuw initiatief. Rust die er moet voor zorgen dat leerlingen tot leren komen. De school ervaart dat kinderen en leraren gebaat zijn bij een oase van rust in een drukke wereld en dat zinloze stress nergens toe leidt.

Over de strijd tegen burn-out

Ik lees in het artikel de reactie van professor Elke Van Hoof: “Kinderen moeten leren omgaan met negatieve ervaringen en stress”. Dat kinderen dat elke dag leren, bewijzen voorgaande verhalen. Met de directe link tussen leren omgaan met stress en de preventie van burn-out, de titel, heb ik problemen. Het heeft geen enkele zin om stress op lange tijd te voorkomen. Het is heel zinvol om elke dag, stapje voor stapje met de hulp, steun en inzicht van volwassenen kinderen te helpen om sterk te staan in het leven zoals het zich elke dag aandient.

tedtalkIn zijn fantastische Ted Talk  “Bring on the learning revolution” zegt sir Ken Robinson dat de universiteit niet begint in de kleuterschool maar de kleuterschool zelf. We mogen niet lang vooruit lopen. Kinderen moeten kansen krijgen om te ontwikkelen, op leeftijd, volgens hun kunnen.

 

De onderwijsinspectie stimuleert

Binnen het referentiekader voor onderwijskwaliteit – het OK - is er aandacht voor het welzijn en de sociaal-emotionele ontplooiing van de leerlingen. We praten met kinderen, ouders en leraren om te achterhalen en te stimuleren dat de school zelf initiatieven neemt op school-, klas- en leerlingniveau om het welbevinden van de leerlingen te borgen en te verhogen. Pas als de school investeert in een positief en stimulerend leef- en leerklimaat kan iedereen tot ontplooiing komen. Leerlingen met specifieke behoeften verdienen gerichte aandacht. Dit hoort bij het onderzoek leerlingenbegeleiding.

Omgaan met stress is als leren fietsen

stressfietsenHet boekje Fietsen van Gregie De Maeyer is jaren oud, maar brandend actueel. Het bevat een schat aan wijsheden. De hoofdrolspeelster Bet wil leren fietsen; eerst met haar driewieler, dan met blokjes op haar pedalen. Ze is verward als ze de circusartiest met zijn kunstjes ziet, omdat het te moeilijk is voor haar. Uiteindelijk leert ze fietsen met de hulp van haar Omamona die haar pas loslaat als ze beiden vertrouwen hebben.

Sterk in het leven staan is als leren fietsen. Leren van mensen die het al kunnen en het de kinderen met mondjesmaat bijbrengen, op hun tijd en tempo.