Doorlichtingsbezoek

De week na het vooronderzoek volgt het doorlichtingsbezoek. Tijdens deze fase bezoeken de onderwijsinspecteurs twee tot zes dagen de school, het centrum of de academie. Het aantal dagen is afhankelijk van de grootte en complexiteit van de instelling, van de omvang van de doorlichtingsfocus en van de samenstelling van het inspectieteam.

Wie?

Het inspectieteam bestaat uit minimaal twee onderwijsinspecteurs. De inspecteur-verslaggever is de verantwoordelijke van het inspectieteam. Voor de instelling is dit de contactpersoon.

Wat eraan voorafging?

De directeur informeert het schoolteam over de doorlichtingsfocus. De inspecteur-verslaggever stelt een planning op en bekijkt die met de directeur: wanneer vinden de gesprekken met welke leerkrachten plaats, wanneer is het gesprek met de directeur voorzien, wanneer observeren de inspecteurs welke activiteiten, wanneer is er ruimte voor de analyse van de documenten? Hier vind je de lijst van documenten die beschikbaar moeten zijn.

Wat?

De onderwijsinspecteurs zoeken tijdens het doorlichtingsbezoek een antwoord op drie vragen.

Vraag 1: Respecteert de instelling de onderwijsreglementering?
Omdat we gedifferentieerd doorlichten, onderzoekt het inspectieteam in de instelling een selectie van de erkenningsvoorwaarden:

Het inspectieteam vraagt aan leerkrachten van een leergebied of vak in de doorlichtingsfocus om aan te tonen dat ze planmatig werken en de onderwijsdoelstellingen nastreven of bereiken. Hoe leerkrachten dit doen, leggen wij niet op. Wel vragen we de leerkrachten om de documenten of instrumenten die ze gebruiken en al of niet door het schoolbestuur worden opgedragen, klaar te leggen. We vragen niet om bijkomende documenten te maken!

De onderwijsinspecteurs die een CLB doorlichten gaan na of het centrum voldoet aan de erkenningsvoorwaarden zoals beschreven in het CLB-decreet, artikel 41. Voor artikel 41, punt 8 baseren de onderwijsinspecteurs zich op het besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de operationele doelstellingen van de Centra voor leerlingenbegeleiding: het leerlinggebonden aanbod, de schoolondersteuning en de preventieve gezondheidszorg.

  • Een selectie van leergebieden (bao), structuuronderdelen (so/dbso), vakken (dko) of opleidingen (vwo) om het voldoen aan de onderwijsdoelstellingen na te gaan. Voor CLB: een selectie van begeleidingsaspecten om het voldoen aan de erkenningsvoorwaarden na te gaan.
    Het inspectieteam onderzoekt hierbij (in bao, so, dbso, dko en vwo) telkens de volgende procesvariabelen uit het CIPO-referentiekader:
    • Het onderwijsaanbod
    • De uitrusting
    • De evaluatiepraktijk
    • De leerbegeleiding
    Indien relevant kunnen de onderwijsinspecteurs nog bijkomende procesvariabelen onderzoeken. Iets is relevant wanneer het een bevorderende of belemmerende impact heeft op het voldoen aan de onderwijsdoelstellingen, rekening houdend met de context en de input. 

    Tijdens een doorlichting in het secundair onderwijs onderzoeken de onderwijsinspecteurs altijd het nastreven van de vakoverschrijdende eindtermen

    Op de pagina met niveauspecifieke informatie vind je per niveau meer info over het onderzoek naar het voldoen aan de onderwijsdoelstellingen voor bao, so en vwo. 
     
  • Een selectie van types en leergebieden (bubao) , structuuronderdelen of opleidingen (buso) om het voldoen aan de onderwijsdoelstellingen na te gaan.
    Het inspectieteam onderzoekt of de school voor buitengewoon onderwijs deze onderwijsdoelstellingen op een handelingsplanmatige wijze nastreeft.
    De onderwijsinspecteurs gebruiken de vijf fasen van handelingsplanning daarbij als onderzoekskader. Relevante procesvariabelen uit het CIPO-referentiekader zitten hierin vervat.
    • De beginsituatiebepaling
    • De doelenselectiefase
    • De voorbereidingsfase
    • De uitvoeringsfase
    • De evaluatiefase

    Op de pagina met niveauspecifieke informatie vind je per niveau meer info over het onderzoek naar het voldoen aan de onderwijsdoelstellingen voor bubao en buso.
  • De onderwijsinspecteurs verzamelen de nodige informatie via
    • Gesprekken: De onderwijsinspecteur vraagt aan leerkrachten in een of meerdere gesprekken hoe ze garanderen dat ze met de leerlingen de onderwijsdoelstellingen bereiken of nastreven.
    • Observaties: De onderwijsinspecteur heeft niet de bedoeling leerkrachten of de didactische aanpak te beoordelen, maar kijkt of het aanbod in de klas volledig en samenhangend is, of het aanbod afgestemd is op het leerlingenpubliek, of er naast kennis ook vaardigheden en attitudes aan bod komen en of er is voldaan aan de materiële voorwaarden die het leerplan voorschrijft.
    • Documentanalyses: De onderwijsinspecteur gaat in de documenten (cursusmateriaal, taken, toetsen, examens, lessenrooster, jaarplan, agenda, klasboek, …) na of leerkrachten planmatig werken, de leerplannen toepassen en de leerlingen opvolgen en evalueren.

    Tijdens de doorlichting van een CLB vragen de onderwijsinspecteurs aan de medewerkers om bij de gesprekken enkele casussen mee te brengen.

  • De controle van de bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne
  • De bepalingen naleven over de taalregeling in het onderwijs (voor bao, so, vwo)
  • De reglementering inzake vakantieperioden en de aanwending van de onderwijstijd in acht nemen (voor bao, so)
  • Een beleidscontract of beleidsplan hebben met een CLB (voor bao, so)
  • Begeleid worden door een begeleidingsdienst van het GO!, OVSG of POV ( voor het officiëel basisonderwijs)

Het inspectieteam onderzoekt altijd volgende selectie van de overige regelgeving:

  • Is er een school/centrum-reglement waarin de verplichte bepalingen zijn opgenomen? (voor bao, so en vwo)
  • Is er een schoolwerkplan waarin de verplichte bepalingen zijn opgenomen? (voor bao)
  • Wordt de verplichte informatie bezorgd aan de ouders bij de eerste inschrijving? (voor bao)
  • Wordt er informatie gegeven over het CLB? (voor so)
  • Voert de school een zorg- en gelijke onderwijskansenbeleid met het oog op de optimale leer- en ontwikkelingskansen van alle leerlingen? (voor bao)
  • Is er een individueel werkplan in geval van onthaalonderwijs, alsook een aangepaste nascholing voor de leerkrachten? (voor bao)
  • Verloopt het evaluatiebeleid van de leerlingen volgens de decretale en reglementaire bepalingen? (voor bao, so en vwo)
  • Wordt de onderwijstijd / minimumlessenroosters gerespecteerd? (voor bao, so en vwo)
  • Ontwikkelde het centrum een kwaliteitszorgsysteem (voor vwo)

Selectie van de overige regelgeving (bu)bao
pdf bestandSelectie van de overige regelgeving (bu)so (93 kB)
pdf bestandSelectie van de overige regelgeving vwo (87 kB)

Vraag 2: Bewaakt de instelling haar kwaliteit?
Om op deze vraag een antwoord te krijgen, staan er enkele procesvariabelen in de doorlichtingsfocus. Voorbeelden zijn: aanvangsbegeleiding, leerbegeleiding, loopbaanbegeleiding, evaluatiepraktijk, rapporteringspraktijk …
Het volledige overzicht vind je in het CIPO-referentiekader. Klik hier voor meer info omtrent het CIPO-referentiekader.

Hoe kijken de onderwijsinspecteurs naar die geselecteerde procesvariabelen?
Voor elke procesvariabele gaan ze met de kwaliteitswijzer na of de instelling bij haar activiteiten aandacht heeft voor

  • Doelgerichtheid: Welke doelen stelt de school, het centrum of de academie voorop?
  • Ondersteuning: Welke ondersteunende initiatieven neemt de school, het centrum of de academie om efficiënt en doelgericht te werken?
  • Doeltreffendheid: Gaat de school, het centrum of de academie na of de doelen worden bereikt?
  • Ontwikkeling: Heeft de school, het centrum of de academie aandacht voor nieuwe ontwikkelingen?

Zo stellen de onderwijsinspecteurs bijvoorbeeld de volgende vragen wanneer de procesvariabele ‘aanvangsbegeleiding’ deel uitmaakt van de doorlichtingsfocus:

  • Doelgerichtheid: Welke visie heeft de school, het centrum of de academie op de begeleiding van beginnende leerkrachten of medewerkers? Welke verwachtingen stelt ze voorop?
  • Ondersteuning: Welke middelen zijn er om de nieuwe leerkrachten of medewerkers wegwijs te maken in de school, het centrum of de academie en hen te begeleiden? Wie is bij de aanvangsbegeleiding betrokken?
  • Doeltreffendheid: Hoe krijgt de school, het centrum of de academie zicht op de effecten van de aanvangsbegeleiding? Geeft de beginnende leerkracht of medewerker feedback?
  • Ontwikkeling: Stuurt de school, het centrum of de academie de aanvangsbegeleiding bij? Vergroot ze haar expertise inzake aanvangsbegeleiding?

Vraag 3: Wat met het algemene beleid van de instelling?
Om op deze vraag een antwoord te krijgen, onderzoeken de onderwijsinspecteurs de aspecten leiderschap, visieontwikkeling, besluitvorming en kwaliteitszorg.
Ook hier baseren de onderwijsinspecteurs zich voor hun vaststellingen op de kwaliteitswijzer.
Naast gesprekken met de directie bekijken de onderwijsinspecteurs hiervoor onder andere documenten zoals het pedagogisch project, het schoolwerkplan, specifieke visieteksten, verslagen van het kernteam, van overlegorganen en werkgroepen, documenten van interne kwaliteitszorg, …

Het inspectieteam beoordeelt steeds de kwaliteitszorg van de school. De onderwijsinspecteurs toetsen bovenstaande informatie af aan wat ze leerde uit het onderzoek van de processen in de focus.

Voor een CLB is de kwaliteitszorg een erkenningsvoorwaarde. De onderwijsinspecteurs evalueren dit ook aan de hand van documentanalyses en gesprekken.

Inspectieteams so beoordelen hier ook het beleid omtrent zorg voor risicoleerlingen (voorkomen van vroegtijdig schoolverlaten). De inspectieteams bao rapporteren hier over het zorg- en gelijke onderwijskansenbeleid.

Tijdens een doorlichting evalueren de onderwijsinspecteurs nooit individuele personeelsleden van een school, centrum of academie.

Wat nog?

De laatste dag van het doorlichtingsbezoek voorzien de onderwijsinspecteurs een debriefing. Ze delen op informele wijze aan de directeur en enkele leden van het schoolteam de eerste bevindingen van de doorlichting mee.
De inspecteur-verslaggever verwittigt schriftelijk het bestuur van de school van de einddatum van het doorlichtingsbezoek. Deze datum is belangrijk omdat we voor alle verdere termijnen in de procedure van een doorlichting beginnen tellen vanaf deze datum.

Feedback na een doorlichting?

Elke instelling ontvangt na verzending van het definitieve verslag een mail om het feedbackformulier in te vullen.
Aan de hand van een 30-tal open en gesloten vragen peilen we naar de ervaringen van de instelling met de doorlichting.

Info voor Leren en Werken

In autonome centra voor deeltijds onderwijs, centra voor deeltijdse vorming en de leertijd in de Syntra, werken we op een vergelijkbare wijze, maar de onderzoeksvragen spitsen zich toe op wat de opdrachtomschrijving in dit geval benadrukt. Vooral het onderzoek naar de erkenningsvoorwaarden krijgt daardoor aandacht. De erkenningsvoorwaarden zijn verschillend voor de leertijd, de centra voor deeltijdse vorming en de centra voor deeltijds onderwijs.