Controle van de erkenningsvoorwaarden bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne

Opdracht van de inspectie

  • Eén van onze taken is de controle van de erkenningsvoorwaarden bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne (BVH) in de instellingen.
  • Het toezicht, vermeld in artikel 38, § 5, van het decreet van 8 mei 2009, bestaat uit een marginale controle op de voorwaarden inzake bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne.

Wat onderzoeken we in dit verband wel en wat niet?

  • We onderzoeken tijdens elke doorlichting de erkenningsvoorwaarde bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne. Deze onderwijsregelgeving is de legitieme basis voor een onderzoek en oordeel over de leer- en werkomstandigheden in een onderwijsinstelling.
  • We doen geen toezicht op de naleving van de welzijnswet en aanverwante federale of Vlaamse wetgeving. Andere inspectiediensten zijn hiervoor bevoegd.
  • Met ons onderzoek naar de bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van een onderwijsinstelling, zoeken we een antwoord op volgende vragen:
    • Draagt de onderwijsinstelling op een systematische wijze zorg voor de bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van de omgeving waarin ze leerlingen onderwijs en begeleiding aanbiedt?
    • Resulteert die systematische zorg voor bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne in gebouwen en lokalen die geschikt zijn om onderwijs in te organiseren?
    Daarvoor kijken we naar de uitvoering van verplichte controles en naar de risicoanalyses van de interne en externe dienst waarmee de onderwijsinstelling in het kader van haar preventiebeleid samenwerkt.
    Vervolgens gaan we na of de tekorten waarnaar in de verslagen van de controles en analyses wordt verwezen, doeltreffend worden beheerst. Beheersing verwijst naar het opsporen én het voorkomen, verminderen en wegwerken van vastgestelde tekorten.
    We steunen voor ons onderzoek zoveel mogelijk op bestaande informatiebronnen.
  • Duidelijk waarneembare tekorten die op het moment van de doorlichting worden opgemerkt, worden mee in rekening genomen en vermelden we in het verslag. We hebben bovendien oog voor condities op het vlak van gezondheid en hygiëne die impact hebben op de leer- en werkomstandigheden. Voldoende, hygiënisch en beschikbaar sanitair is bijvoorbeeld voor ouders en leerlingen een gevoelig punt.

Werkwijze

  • We benaderen het toezicht op bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne vanuit de stelling dat elke leerling/cursist en elk personeelslid van de onderwijsinstelling actief moet kunnen zijn in een leer- en werkomgeving die minimaal in orde is om aan de erkenningsvoorwaarde BVH te voldoen.
  • We gaan tijdens elke doorlichting na of de onderwijsinstelling de risico’s op het vlak van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne systematisch detecteert en beheerst. Dat doen we ook naar aanleiding van de erkenning van nieuwe vestigingsplaatsen.
    • We gaan uit van de analyses en adviezen van deskundigen en steunen op documenten die een onderwijsinstelling in het kader van de welzijnswet en andere regelgeving in principe beschikbaar heeft. Hierover hebben we gesprek met de schoolleiding en contactpersonen met een verantwoordelijkheid voor deze erkenningsvoorwaarde. Ook de interne dienst is in dit verband vaak belangrijk om toelichting te geven.
    • We doen geen rondgang op alle lesplaatsen, maar hebben oog voor de feitelijke situatie in de lesplaatsen en lokalen die we tijdens de doorlichting bezoeken.
  • We melden duidelijk zichtbare tekorten op het vlak van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne.

Instrument

  • In overeenstemming met het decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs hebben we voor dit toezicht een instrument gemaakt. Voor de controle van de erkenningsvoorwaarde BVH gebruiken we een pdf bestandvragenlijst (337 kB). Voor pdf bestandCLB's is er een aparte vragenlijst (333 kB).
  • Het instrument bestaat uit drie delen: (1) organisatie i.v.m. BVH, (2) bewoonbaarheid en veiligheid van de leer- en werkomgeving, (3) gezondheid en hygiëne van de leer- en werkomgeving. Wat we in dit verband onderzoeken en waarom wordt in het pdf bestandInstrument voor de controle van de erkenningsvoorwaarde bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne (777 kB) toegelicht.
  • Het is een vernieuwd, maar geen nieuw instrument.
    • "Wat" we onderzoeken blijft grotendeels hetzelfde.
    • De kwaliteitsaspecten die worden onderzocht, verwijzen naar wat minimaal in orde moet zijn om aan de erkenningsvoorwaarde te voldoen. De meeste vragen zijn daarom gesloten vragen. Ze worden met ja of nee beantwoord.
    • We gaan niet langer het ontwikkelingsniveau op het vlak van een dynamische risicobeheersing na.
  • Wat is er concreet vernieuwd?
    • In het deel organisatie zijn 15 van de 16 vragen inhoudelijk overgenomen uit het oude instrument. Vraag 1.15 bevat een herformulering omdat we de inspecteurs hiermee de kans geven om een onderwijsinstelling te vermelden als voorbeeld van goede praktijk.
    • In het deel over bewoonbaarheid en veiligheid bleven 34 van de 41 vragen naar inhoud behouden. 4 vragen (2.4, 2.5, 2.6 en 2.7) zijn een concretisering van onduidelijkheden in het oude instrument. We namen de beoordelingscriteria in de vraag op. 1 vraag (2.33) is geherformuleerd. Er is 1 volledig nieuwe vraag (2.10) betreffende de toegankelijkheid voor personen met een beperkte mobiliteit. Deze vraag werd toegevoegd nadat we de opmerking kregen dat het bestaande toezicht weinig oog voor toegankelijkheid had. We hebben een bestaande vraag over controles beter van elkaar onderscheiden. Ze werd opgedeeld in controles door externe controlemechanismen en controles die kunnen uitgevoerd worden door (intern) bevoegde personen. Daardoor ontstaat voor dat laatste aspect een nieuwe vraag (2.24).
    • In het deel over gezondheid en hygiëne van de leer- en werkomgeving bleven 10 van de 14 vragen behouden. 3 vragen (3.1, 3.2 en 3.3) zijn een concretisering van onduidelijkheden in het oude instrument. We namen in de vraagstelling onze beoordelingscriteria op. 1 volledig nieuwe vraag, betreft het toilet voor personen met beperkte mobiliteit.

Oordeel en verslag

  • We geven een antwoord op de vraag of de onderwijsinstelling ook voor de erkenningsvoorwaarde inzake bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne een gunstig advies krijgt.
    • We motiveren ons oordeel in het doorlichtingsverslag onder de “erkenningsvoorwaarde bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne”. Sterke of te verbeteren punten worden eventueel in het overzicht achteraan in het verslag opgenomen.
    • De motivering is een samenvatting van de belangrijkste vaststellingen die het advies onderbouwen.
  • De advisering van de erkenningsvoorwaarde BVH gebeurt op basis van volgende mogelijkheden:
    • gunstig advies
    • beperkt gunstig advies
    • ongunstig advies
    Dat is hetzelfde als voor de andere erkenningsvoorwaarden.
  • Een gunstig oordeel voor de erkenningsvoorwaarde BVH betekent dat:
    • op basis van de documenten van deskundigen (bv. brandpreventieverslag, verslagen van de rondgang, controle van de laagspanning en van de liften en stookplaats, ..) en eigen vaststellingen op de plaatsen die tijdens de doorlichting werden bezocht, geen cumulatie van ernstige risico’s en gebreken werden vastgesteld
    • uit de risicodetectie- en beheersing voldoende beleidsvoerend vermogen blijkt
    • er m.b.t. eventueel vastgestelde tekorten betrouwbare indicaties zijn van aanpassing- of verbouwingswerken die bezig zijn of in de nabije toekomst zullen uitgevoerd worden
  • Evenals bij een ‘pedagogische doorlichting’ kan het inspectieteam de tekorten delibereren op basis van een sterk beleidsvoerend vermogen inzake bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne (zie deel 1 van het instrument: Organisatie van het welzijnsbeleid). Voor dergelijke deliberatie houden we rekening met de ernst van de tekorten en met de kwaliteit en systematiek waarmee de onderwijsinstelling de risico’s detecteert, voorkomt en beheerst.
  • Let op: het oordeel van de onderwijsinspectie betreft UITSLUITEND de erkenningsvoorwaarde en heeft dan ook enkel een effect in de context van de doorlichting of erkenning van een nieuwe vestigingsplaats. Dit impliceert dat
    • Elke onderwijsinstelling zich moet houden aan de welzijnswetgeving en aanverwante regelgeving.
    • Een toezicht door de inspectie TWW, los van de doorlichting, niet is uitgesloten.
    • Een sterk falende risicodetectie en aanslepende ernstige tekorten aanleiding kunnen zijn om de inspectie Toezicht Welzijn op het Werk te informeren. Zij kunnen instaan voor toezicht dat een specifieke deskundigheid vereist.

Vragen?

Zie de FAQ over de controle bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne.