Doorlichten: intro

Doorlichten gebeurt in drie fases:

  1. het vooronderzoek
  2. het doorlichtingsbezoek
  3. het doorlichtingsverslag

Tijdens een doorlichting zoeken de onderwijsinspecteurs een antwoord op drie onderzoeksvragen:

  • Onderzoeksvraag 1: Respecteert de instelling de onderwijsreglementering?
  • Onderzoeksvraag 2: In welke mate onderzoekt en bewaakt de instelling op een systematische manier de kwaliteit van de processen zodat deze bijdragen tot het bereiken/nastreven van de onderwijsdoelstellingen? (het kwaliteitsonderzoek)
  • Onderzoeksvraag 3: Is er in de instelling een algemeen beleid dat het mogelijk maakt om zelfstandig tekorten weg te werken? (het onderzoek ‘algemeen beleid’)

Ter voorbereiding van en tijdens het vooronderzoek bekijken de onderwijsinspecteurs alle aspecten van het CIPO-referentiekader. Op basis hiervan bepalen ze welke onderwijsdoelstellingen en procesvariabelen ze tijdens het doorlichtingsbezoek diepgaander zullen onderzoeken. Dit kan voor elke instelling anders zijn en dit noemen we differentiatie in intensiteit.

We komen bij elke instelling minstens om de 10 jaar langs. Op basis van het instellingsprofiel kunnen we beslissen sommige instellingen sneller opnieuw door te lichten. Dan spreken we van differentiatie in frequentie.