CIPO, het referentiekader van de onderwijsinspectie

Met het pdf bestandCIPO-referentiekader (408 kB) verzamelen en ordenen we alle vaststellingen tijdens een doorlichting. De ordening bestaat uit vier delen:

  • Context: Is het een grote of een kleine school, centrum of academie? Ligt de instelling in een stad of in een landelijke omgeving?
  • Input: Welke leerlingen of cursisten zijn er ingeschreven? Hoe ziet het personeelsbestand eruit?
  • Proces: Op welke manier streeft de school, het centrum of de academie haar doelstellingen na? En welke acties onderneemt de instelling daarvoor?
  • Output: Wat is het resultaat van de leerlingen of de cursisten?

We vertrekken bij ons onderzoek vanuit de output: we kijken wat de instelling met al haar activiteiten bij haar leerlingen of cursisten bereikt.
De processen verklaren het al dan niet bereiken van die resultaten.
Ten slotte kijken we ook naar de context en de input om de werking van de instelling en de resultaten beter te kunnen begrijpen.

Het CIPO-referentiekader bestaat dus uit vier componenten: context, input, proces en output. Enkel de component ‘proces’ wordt in domeinen onderverdeeld: de domeinen ‘algemeen’, ‘personeel’, ‘logistiek’ en ‘onderwijs’.
De componenten en domeinen zijn verder opgesplitst in indicatoren en variabelen. Indicatoren kunnen meerdere variabelen inhoudelijk groeperen.
Het CIPO-referentiekader houdt maximaal rekening met de autonomie en beleidsruimte die instellingen hebben om de hen opgedragen doelstellingen te realiseren.
Daarom zijn de CIPO-indicatoren en -variabelen niet normerend maar neutraal geformuleerd.

Het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs met betrekking tot het referentiekader van de inspectie van 1/10/2010 verankert het CIPO-referentiekader en geeft pdf bestandeen omschrijving van de indicatoren en variabelen (94 kB).