Blog Inspectie 2.0 so december 2017

De blog van Chris Van Woensel, onderwijsinspecteur secundair onderwijs sedert 1 september 2010!

18 december 2017

kerstballen

Belangrijker dan wat onder de boom ligt, is wie er rond staat.

Fijne kerstdagen, beste lezer.

Ter inspiratie: het nummer Imagine van John Lennon in de World Version van Unicef.

 

 

 

 

 

13 december 2017

To boldly go where no man has gone before

De missie van de onderwijsinspectie is dezelfde als vroeger, maar de wijze waarop deze missie geoperationaliseerd wordt, is anders. Accenten worden verlegd. Dat vraagt een andere manier van denken en spreken. En dat zal met de tijd mee groeien.

Star Trek als inspiratie???

Star TrekEducation: The final frontier
This is the voyage of the inspectorate
It's continuing mission
To explore new ways to inspect schools
To seek out new procedures and new kinds of communication
To boldly go where no inspectorate has gone before

Star Trek op televisie. Ik was gefascineerd door de inleidende monoloog. Op avontuur gaan in de ruimte en nieuwe werelden en nieuw leven ontdekken. Maar dat was lang geleden (?) niks voor meisjes. Dus studeerde ik talen en geen wetenschappen en techniek. Maar toch kan ik het niet laten de monoloog die me eens zo aantrok een beetje aan te passen voor de onderwijsinspectie, die aan een nieuw avontuur begint. Ontlokt het je een glimlach? Dat is de bedoeling …

Wellicht een brug te ver? Overdreven? Ja en nee.

Nee, want net zoals alle andere onderwijsmensen zijn ook mijn collega’s en ik zeer gedreven. Onze missie is de kwaliteit van het onderwijs te controleren én te stimuleren. In het belang van de leerlingen. Dat hebben we altijd al gedaan, zij het op een andere manier dan we in het nieuwe doorlichtingsconcept zullen doen.

Ja, toch wel een beetje overdreven, zeker het laatste zinnetje, dat ik als titel kies. Ons kleine landje en het nog kleinere Vlaanderen drijft mee in een grotere culturele stroming, die ons overstijgt. Vanwaar al die stromingen komen die ons denken en handelen beïnvloeden, is me een raadsel. Kijken we naar onderwijs dan merk ik dat ook de onderwijsinspectie in Nederland haar manier van toezicht aan het veranderen is. Er zijn gelijkenissen - en ook verschillen - met onze nieuwe manier van werken. Zoals er ook gelijkenissen en verschillen zijn tussen beide onderwijssystemen. Gemeenschappelijk is wel het concept ‘zelfevaluatie’.

Het is niet verkeerd van beleid te veranderen als de omstandigheden veranderd zijn Seneca De Benef. 4, 38, 1 (1ste eeuw n.C.)

Toverwoord is inderdaad al een aantal jaren ‘zelfevaluatie’. Zelf nagaan wat de sterke en minder sterke punten zijn. En met die wetenschap dan natuurlijk ook wat doen. In het onderwijslandschap verandert daardoor de relatie tussen de interne kwaliteitszorg en het externe kwaliteitstoezicht. En dat vereist een andere manier van denken. Denken en taal zijn nauw verbonden. Dit is een zeer fascinerend gegeven. Maar het zou me te ver leiden om hier dieper op in te gaan. Toch is dat fenomeen van belang, zeker als we kijken naar de niveaubenamingen van de ontwikkelingsschalen.

Zoals ook in de infosessies Inspectie 2.0 wordt meegegeven, zijn er verschillende redenen om te werken met ontwikkelingsschalen. Het is de bedoeling

  • de scholen te stimuleren om hun kwaliteit te (blijven) ontwikkelen;
  • de transparantie over het onderzoek te verhogen;
  • tot objectieve en betrouwbare beoordeling te komen;
  • het gestandaardiseerd registreren van doorlichtingsgegevens mogelijk te maken in functie van het onderwijsbeleid;
  • een basis te hebben voor het verslag.

De ontwikkelingsschalen, die rechtstreeks afgeleid zijn van het referentiekader voor onderwijskwaliteit (het OK-kader), kunnen het schoolteam aan het denken zetten en de interne kwaliteitszorg stimuleren.

Er zijn dit jaar geen stoute scholen, zegt Sinterklaas

KleurenEen ontwikkeling of evolutie uitzetten op een doorlopende lijn is logisch. Maar om een stand van zaken op te maken, heb je wel ijkpunten nodig. Er zijn er vier. En die krijgen een naam en een kleur toegewezen. Dit alles is nog in volle ontwikkeling en wordt op basis van de proefdoorlichtingen constant verfijnd. De huidige stand van zaken is als volgt:

  1. beneden de verwachting: er zijn meerdere essentiële elementen die voor verbetering vatbaar zijn.
  2. benadert de verwachting: er zijn nog meerdere punten ter verbetering, maar de sterke punten wegen zwaarder door. Het geheel voldoet echter nog niet aan de verwachting.
  3. volgens de verwachting: er zijn veel sterke punten en geen belangrijke punten of gebieden ter verbetering. Het geheel voldoet aan de verwachting.
  4. overstijgt de verwachting: vele sterke punten, met inbegrip van significante goede praktijkvoorbeelden.

Eén ding blijkt alvast tijdens de proefdoorlichtingen: de benaming ‘benadert de verwachting’ roept emoties op. Nochtans heeft de Sint gelijk. Er zijn geen brave/stoute en ook geen goede/slechte scholen. Dit zijn waardeoordelen. Wel zijn er scholen die weinig (1), bijna (2) of volledig (3) aan de verwachtingen van het afgesproken OK-kader beantwoorden. En dus scholen, die meer of minder werkpunten hebben. Dit zijn feitelijke vaststellingen. Wanneer de werkpunten talrijk in aantal zijn, ja, dan zullen schoolteam en onderwijsinspectie toch aangeven dat een noodzakelijke actie op touw gezet moet worden. Ook dat is een feitelijke vaststelling, geen waardeoordeel. Het is dus belangrijk het resultaat van alle ontwikkelingsschalen samen en in hun geheel te bekijken.

Oude benamingen en termen worden verlaten, nieuwe ingevoerd. De denkwijze die daaruit voortvloeit, heeft beslist nog tijd nodig om te groeien en dan gemeengoed te worden. Zullen we samen deze plantjes voldoende water geven?

Wekker

Tot slot een doordenkertje als afsluiter voor alle onderwijsmensen in veranderingsmodus:

‘Toute angoisse est imaginère, le réel est son antidote.’ André Comte-Sponville

5 december 2017

Bij elk nieuw (levens)stadium ben je weer een groentje (Nicolas Chamfort 18de eeuw)

AquariumProefdoorlichting vier is achter de rug! Voor vier van de vijf onderwijsinspecteurs was het de eerste proefdoorlichting in het secundair onderwijs. We hebben het overleefd. De school ook. Beter nog: op vrijdagnamiddag gaan we moe, maar tevreden uit elkaar. Het schoolteam is tevreden en gaat aan de slag met de aandachtspunten die we sàmen benoemd hebben. En wij, wij vermoeden zoals een collega het formuleert, dat we ons werk grondig, kwaliteitsvol en met veel empathie voor de school uitgevoerd hebben.

Wie bewaakt de bewakers? (Juvenalis)

Ook de onderwijsinspectie is ‘doorgelicht’. In 2011 door het Rekenhof. Het tijdschrift Klasse vatte de positieve punten in het rapport als volgt samen: “De onderwijsinspectie werkt professioneel, onafhankelijk en performant”. Het rapport van het Rekenhof vermeldt in zijn aanbevelingen dat de onderwijsinspectie de eigen interne kwaliteitszorg nog verder moet ontwikkelen. Want er zijn enkele zwakkere punten (zie eerste kolom). Het nieuwe doorlichtingsconcept komt daaraan tegemoet (zie tweede kolom). Onze organisatie is dus responsief. Zouden we volgens de verwachting werken?

Werkpunt Nieuw doorlichtingsconcept
Het onderzoek van de interne kwaliteitszorg van een school voorziet niet in een globale uitspraak of de school systematisch haar kwaliteit onderzoekt en bewaakt. Gebeurt nu via het systeemonderzoek, dat een antwoord geeft op de vraag in welk mate de instelling haar eigen kwaliteit ontwikkelt …
De doorlichtingsverslagen maken geen gebruik van ontwikkelingsschalen. Ze zijn wel op verbetering gericht. Voor elk onderzoek hanteren de onderwijsinspecteurs ontwikkelingsschalen.

De verslagen zijn niet erg toegankelijk geschreven en voor ouders en leerlingen zijn ze daardoor weinig bruikbaar.

De resultaten van de onderzoeken krijgen op een verhelderende wijze vorm door middel van een grafiek. Taal blijft wel typische onderwijstaal.

De zone van naaste ontwikkeling  (ZNO van Lev Vygotsky)

ZNO: dat is het verschil tussen wat een leerling kan, meer bepaald zijn feitelijke ontwikkelingsniveau, en wat hij in de toekomst zal kunnen, zijn potentiële ontwikkelingsniveau. En daarvoor heeft hij de juiste mate van ondersteuning nodig. Een latere volgeling van Vygotsky noemde dat ‘scaffolding’ (stellingen zetten).

Mind the gap

Hieraan denk ik op het moment van de reflectiegesprekken. Naar het einde van de week toe voer ik immers twee reflectiegesprekken. Eerst met de vakgroep, later met het beleidsteam van de school. Beide gesprekken gebeuren aan de hand van ontwikkelingsschalen. Beide verlopen anders.

In de vakgroep hebben niet alle leraren de ontwikkelingsschalen die de directie hen voor de doorlichtingsweek had bezorgd, meegebracht. Een vriendelijke ziel gaat snel kopies maken zodat het gesprek toch op basis van eenzelfde referentiekader kan doorgaan. Leraren zijn pragmatisch ingesteld. Alle dagen lossen ze honderd en een concrete problemen op. De taal waarin de ontwikkelingsschalen geschreven zijn, is niet ‘hun’ taal. Maar deze behoort wél tot hun potentiële ontwikkelingsniveau. Sorry Vygotsky, dat ik misbruik maak van je concept …

Voor ouders en leerlingen ligt dat al een stuk moeilijker. Daar gebruiken we stellingen om het gesprek vorm te geven en te structureren. Sommige stellingen, vinden de ouders, gaan over zaken waarover zij met hun kinderen niet spreken. Typische onderwijsmaterie … De collega, die het gesprek met de leerlingen voert, komt ons werklokaal binnen met de woorden “Ik sta echt versteld van de opmerkingen van de leerlingen. Die zijn werkelijk relevant!”. De gesprekken worden in elk geval als een meerwaarde ervaren door beide partijen, de onderwijsinspectie en de leerlingen/ouders.

Recht in de roos!

Recht in de roosHet gesprek met het beleidsteam verloopt anders. Zij bekijken de school vanuit een ander perspectief, eentje dat dichter bij taal van de ontwikkelingsschalen ligt. Deze schalen van het systeemonderzoek - visie, onderwijskundig beleid, organisatieontwikkeling, systematische evaluatie, betrouwbare evaluatie en bijsturen en borgen – hebben geleid tot een grondige reflectie over de stand van zaken binnen de school. Ik hoor hen dezelfde discussie voeren als de onze. Gelijkaardige argumenten aanhalen. En zij komen tot hetzelfde resultaat. Op dat moment denk ik: “Jaaaaa! Het werkt!!!”