Blog Inspectie 2.0 bao januari 2018

De blog van Lucrèce Matthijs, al meer dan 20 jaar onderwijsinspecteur basisonderwijs!

29 januari 2018

Schooldoorlichting: en ik dan?

Zie mijOprah Winfrey zegt dat iedereen die ooit bij haar op de sofa zat - van president tot gerenommeerde acteurs en auteurs - na de opnames van haar talkshow informeerde hoe ze het hadden gedaan tijdens het interview, of ze het goed deden. Gelukkig werken de Obama’s, de Tom Cruises en de Lance Armstrongs niet in het Vlaams onderwijs. Als de onderwijsinspectie op doorlichting komt, geeft ze uiteindelijk een advies voor de school en beoordeelt ze niet de individuele leraren.

Positieve mensen

In de realiteit genieten wij van lessen en activiteiten en kiezen wij er niet voor om gedurende een week met een strak gezicht rond te lopen. Wij geven al eens een gemeend compliment omdat we iets echt waarderen en omdat we weten dat het deugd doet voor de mensen die hard werken en er iedere dag zijn voor de leerlingen.

Waarom krijgt niet iedereen evenveel feedback?

Een doorlichtingsweek is goed gevuld. Soms is er na de les even tijd om een paar vragen te stellen, ervaringen uit te wisselen, even door te praten over wat we zagen. Bij andere lessen en activiteiten is dat niet zo. Er zit al iemand te wachten voor een gesprek of de leraar moet haar leerlingen begeleiden …

Als we een individueel gesprek over de onderwijsleerpraktijk houden met leraren, wat slechts sporadisch gebeurt, is de kans groter dat we een voorbeeld uit de les nemen om het gesprek te onderbouwen. Als we gesprekken met meerdere leraren voeren, doen we dat minder. We hebben daar onze redenen voor, we willen geen mensen tegen elkaar uitspelen en zeker geen jaloezie  opwekken tussen de collega’s. Uiteindelijk kennen wij de leraren, vooral bij het begin van de doorlichting, nog onvoldoende om te weten in welke mate leraren samen school maken of eerder op een eiland aan onderwijs doen. 

Tijdstip

In het begin van een doorlichting zijn we waakzaam om oordelen uit te spreken. De doorlichting is vooral gefocust op onderwijskwaliteit op schoolniveau en meer specifiek op de mate waarin de school haar eigen kwaliteit bewaakt, haar sterke acties of resultaten borgt en wat niet werkt afbouwt of bijstuurt. Als we met leraren spreken op het einde van de schooldoorlichting, laten wij misschien, en dat is menselijk, meer het achterste van onze tong zien wat betreft de waardevolle acties op school of de sterke punten van de interne kwaliteitszorg. Zeker als er een rode draad door de school loopt, is het complimenteren van mensen en de samenwerking tussen mensen heel gemakkelijk en vooral, natuurlijk. Wij zijn positieve mensen en gaan ontwikkelingsgericht in dialoog met de school. En de laatste dag voorzien wij een spreekuur waarop, wie het wil, het een en ander nog kan verduidelijken.

Wij leren bij

Gezicht ogen

Waarom ik daarover schrijf? Omdat we in de vorige doorlichting moesten vaststellen dat het team van één niveau in één van de vestigingsplaatsen ongelukkig was. Zij waren de eerste dag al aan bod geweest voor het gesprek over de onderwijskundige doelen. Ja, we waren vriendelijk geweest, zegden ze maar we hadden niet genoeg benadrukt waar ze goed in waren. In de loop van de week waren verschillende andere collega’s hun ervaringen komen vertellen en zij waren meer en meer gaan twijfelen aan zichzelf.

Dit laat ons niet koud. Een schooldoorlichting brengt meer dan genoeg stress mee. We kunnen alleen benadrukken dat het advies uiteindelijk een advies is op schoolniveau en dat we ons uiterste best doen om voorzichtig, zonder brokken te maken, rekening houdend met het feit dat we slechts een advies uitspreken na alle reflectiegesprekken op vrijdag,  gesprekken te voeren en stimulerende boodschappen te geven.

Reflectie

wat goed is is goed

Als doorlichtingsteam reflecteren we over de voorbije doorlichting. Het verschil tussen evalueren en reflecteren is voor ons duidelijk, maar niet altijd voor de leraren. Wij zetten aan tot reflectie om uiteindelijk tot een goeie, gezamenlijk gedragen evaluatie van de school te komen.

Het gesprek met de onderwijsinspectie is te vergelijken met een interview door Oprah met Tom Cruise over zijn laatste film, met Barack Obama over zijn beleid en met Lance Armstrong over zijn dopingfraude, zonder het over de persoon zelf te hebben.

Als het echt precair is, mogen leraren achter de schermen komen vragen of ze het goed deden, liever dan frustraties achter te laten. Beschouw dit als een rondje van de zaak. 

 

23 januari 2018

En toen blonken die ogen…

“Ik zie jullie chraag”

Sportpaleis Antwerpen, Night of the proms. De prachtige stem van Joss Stone brengt rust in het nokvolle sportpaleis. Het is muisstil. Puur genieten heet dat. Een prachtige vrouw met een fantastische stem. Na haar eerste lied zegt ze in gebroken Nederlands “Ik zie jullie chraag”. Luid applaus, enthousiaste oude en nieuwe fans. Gekleurde lichtjes zwaaien, mensen roepen, moedigen haar aan en applaudisseren. Het publiek is dankbaar voor het optreden en voelt zich gewaardeerd. Deze zangeres vergeten ze niet vlug. De fans sloten haar in hun hart toen ze moeite deed om enkele woorden Nederlands te leren en te spreken.

“Muy bueno, Diego”

Foto kind Diego

Brusselse Rand, doorlichting in een kleuterklas. De zorgjuf speelt met een groepje anderstalige kleuters een spel. Eén jongetje is opvallend afwezig. Hij begrijpt het spel niet, kijkt rond, vindt nergens aansluiting en de juf lijkt hem te negeren. Hij verlaat het groepje om doelloos door de klas te dwalen. Ik vraag de juf welke taal hij spreekt. “Spaans”, hij kwam pas enkele weken geleden in België wonen. Met enkele woorden vakantie-Spaans spreek ik hem aan. “Soy Lucrèce, como es tu nombre?”. Hij spreekt nog niet maar hij kijkt al naar mij en draait even rond het tafeltje waar ik de klasdocumenten inkijk. Hij neemt blokjes, bouwt een kleine toren en legt die op mijn tafel. “Muy bueno, Diego” zeg ik en steek mijn duim op, “heel goed”. Er verschijnt een glimlach op zijn gezicht. Ik heb een nieuwe vriend. De zorgjuf komt bij mij na de activiteit en vertelt dat zij geen andere taal dan het Nederlands mogen gebruiken in de klas, vandaar dat zij zo verwonderd was dat ik enkele woorden Spaans sprak. Ik vertel haar dat dit enkel over het welbevinden van het kind gaat. Dat het niet de bedoeling is om vreemde talen te leren maar om in contact te komen met het kind. Als er geen connectie is, kan het kind niet leren.

Tijdens het verifiëringsgesprek komt de voorzitter van het schoolbestuur terug op het voorval. “Dit is een Nederlandstalige school en wij willen dat de leerlingen Nederlands praten.” We proberen hem te zeggen dat we niet vragen om andere talen te spreken in de klas. Het is gewoon goed dat het kind iets vertrouwd hoort om hem een gevoel van veiligheid, waardering en geborgenheid te geven.

Taalgericht onderwijs binnen het toezichtskader van de onderwijsinspectie

“Omgaan met diversiteit”, is één van de mogelijke kwaliteitsgebieden die we tijdens de doorlichting 2.0 bevragen en analyseren. De twee luiken van dit kwaliteitsgebied zijn positief omgaan met diversiteit en taalgericht onderwijs. Bij de kritische kenmerken, de onderbouwing van de inschaling staat: “Het schoolteam erkent en waardeert de thuistaal van iedere leerling en speelt daar waar nodig is op in.” Dit ene kritisch kenmerk staat tussen vele anderen waarbij wij onder andere nagaan of het onderwijs actief is, er voldoende oefenkansen zijn in functionele contexten en of het respectvol klasklimaat de interactie tussen leerkrachten en leerlingen en leerlingen onderling stimuleert.

Ik ben er zeker van dat de zorgjuf Diego ook af en toe de kans gaf om een woord in de eigen taal te zeggen maar niet durfde. Voor ons moet ze het niet wegsteken, de visie van de onderwijsinspectie is duidelijk.

 

 

 

12 januari 2018

2018

Gelukkig nieuwjaar lieve lezer

Fijn dat je er weer bij bent

ik wens jou een goede gezondheid,

veel deugd in je professioneel leven

en zalige ontspannende momenten.

Geniet van je fijne herinneringen

en laat de minder leuke los.

Een kwaliteitskader voor de internaten

Internaat oud

Bij de onderwijsinspectie trokken we het nieuwe jaar op gang. Deze week zijn de taken voor de verschillende inspecteurs gedifferentieerd, niet alleen naar kunnen en kennen maar ook naar interesse.

Ik had het genoegen om gesprekken te mogen leiden met internaatbeheerders in Gent. In Brugge en Leuven gingen eveneens gesprekken door.

Het internaatsleven ligt mij nauw aan het hart omdat ik er zelf heel positieve herinneringen aan heb. Natuurlijk leven we nu in een heel andere tijd. 

 

 

1974

Ik zit in het tweede middelbaar en verblijf op het internaat, net als verschillende andere leerlingen uit mijn klas. We slapen in houten chambrettes. De foto hiernaast is onze slaapzaal. Op de grond ligt een mat waarop we ’s morgens en ’s avonds geknield en luidop gebeden zeggen. De zuster-surveillante gaat rond, trekt af en toe een gordijn weg om lang- of vroegslapers te betrappen. Naast het houten bed is een smalle kast en een toiletkastje met een waterkan en een schaal waarin we ons water gieten. Elke avond vullen we die waterkan met koud water aan de kraan in het toilet en ’s morgens staan we in de rij om onze kom te ledigen. We staan op hetzelfde uur op, gaan samen slapen, hebben evenveel studietijd en eten hetzelfde. Het volgende jaar slapen we op eenvoudige kamers met flinterdunne muren en een lavabo met enkel een kraan voor koud water. Ik ben graag op internaat, vooral voor de vriendinnen en de vele avonturen waarvan de begeleiders vaak geen weet hebben.>

Begrafenis

Datzelfde jaar breekt op 23 januari in Heusden-Zolder een brand uit. Hierbij vallen 23 dodelijke slachtoffers en twee zwaargewonden, allen tussen 12 en 16 jaar. Ze slapen net als wij in een slaapzaal met een houten afrastering tussen de verschillende bedden.

Enkele internen die de tragedie meemaakten, vertelden er vorig jaar over op de Nederlandse televisie in het programma “De Reünie”. Het zijn aangrijpende getuigenissen.

Misschien was dit vreselijke ongeval de reden waarom wij het volgend jaar op een kamertje mochten slapen, vroeger dan onze voorgangers.

Controles veiligheid, bewoonbaarheid en hygiëne in internaten

Als onderwijsinspecteur kreeg ik verschillende keren de kans om een controle voor veiligheid, bewoonbaarheid en hygiëne uit te voeren in internaten. Naast mijn professionele opdracht was het steeds een kans om eigen herinneringen op te halen. Gelukkig zien we een grote verandering wat betreft de gebouwen: de gezelligheid en de inrichting en de veiligheid. De omgang met de leerlingen en de activiteiten die er in de loop van de week plaatsvinden, zijn in niets te vergelijken. Ik merk bij elke controle dat de internaatbeheerders en de opvoeders er alles aan doen om te zorgen voor een aangename leef- en leeromgeving.

Een kwaliteitskader voor de internaten

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits wil dat de internaten aangepast zijn aan de huidige verwachtingen en de daaraan gekoppelde noden. Daarom gaf ze de onderwijsinspectie de opdracht om samen met belanghebbenden een referentiekader uit te werken betreffende de kwaliteit van de onderwijsinternaten. Dit is gelijklopend met wat de onderwijsinspectie deed ter voorbereiding op het referentiekader voor de kwaliteit van de onderwijsinstellingen en de centra voor leerlingenbegeleiding.

Het is de bedoeling dat het kwaliteitskader voor onderwijsinternaten een gemeenschappelijke visie bevat van wat voor alle belanghebbenden een kwaliteitsvolle internaatswerking moet zijn.

De onderwijsinspectie heeft een stuurgroep samengesteld met afgevaardigden en gemandateerden van het kabinet, de onderwijsverstrekkers, de administratie, de zorginspectie en de onderwijsinspectie. Daarnaast zijn er plaatsbezoeken aan internaten en zullen zo veel mogelijk betrokkenen bevraagd worden zodat het referentiekader een breed draagvlak heeft.

De onderwijsinspectie luistert naar de internaatsbeheerders

Nieuw internaatDeze week hebben we de internaatsmedewerkers op een interactieve manier bevraagd. Onze rol is daarin neutraal, wij faciliteren en noteren. We hoorden  bekommernissen, luisterden hoe de internaten proberen tegemoet te komen aan de maatschappelijke opdracht die de laatste jaren evolueert. Zo zijn door het M-decreet ook leerlingen van het buitengewoon onderwijs opgenomen in het gewoon onderwijs en daardoor leven deze leerlingen ook in de  gewone internaten. Wij hoorden mensen die zoekende zijn om het juiste te doen. Ze vragen erkenning voor hun werk en de zware verantwoordelijkheid die ze op zich nemen. We hoorden hoopvolle verhalen en ook eerlijke verzuchtingen, oprecht en gefundeerd. De interesse was groot, van de circa 140 internaten waren er 106 ingeschreven.

Wat volgt?

Binnen de onderwijsinspectie zijn 3 mensen vrijgesteld om een uitgebreide consultatie uit te voeren met onder meer vertegenwoordigers van de scholen, kinderen/jongeren, ouders, het kinderrechtencommissariaat en de welzijnssector. Zij zullen op basis daarvan ook het departement onderwijs informeren bij de aanpassing van de wetgeving over internaten. 

Nog in de loop van dit schooljaar hopen mijn collega’s om een gedragen kwaliteitskader voor de internaten uit te werken. Wordt vervolgd …