Blog Inspectie 2.0 so

De blog van Chris Van Woensel, onderwijsinspecteur secundair onderwijs sedert 1 september 2010!

18 oktober 2017

Eerste hulp voor het bezoek van de onderwijsinspectie nieuwe stijl, fase twee

Zo, ik ben terug boven water, na een pittige doorlichtingsweek. Samen met de collega’s zijn we met een gevoel van tevredenheid huiswaarts gekeerd. Hoe verloopt een doorlichtingsweek nieuwe stijl dan, vraag je? Ik geef je in grote lijnen – details zijn voor later - het overzicht van deze week proefdoorlichting. Het is in elk geval weer informatie ‘onder voorbehoud’. Gisteren zaten immers alle doorlichtingsteams die een try-out of proefdoorlichting uitvoerden in samen voor overleg met het ontwikkelteam van de onderwijsinspectie. De schriftelijke feedback van de scholen komt nog. Al deze informatie kan aanleiding geven tot aanpassingen.

Hoezo nieuwe stijl?

Toch weer even terugkeren naar de basisprincipes van het vernieuwde doorlichtingsconcept.

Onderwijskwaliteit 7 basisprincipes

Twee van de hierboven vermelde principes selecteer ik als leidraad bij het uitvoeren van een onderzoek op een school: ‘kwaliteit in dialoog’ en ‘controleren en stimuleren’. Deze twee raken bovendien aan de rol van de onderwijsinspectie in het onderwijslandschap.

De wereld is een schouwtoneel, elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel(Joost van den Vondel, 16de-17de eeuw)

Vlaming, moeder, Belg, partner, Europeaan, dochter, zus, lerares, (wereld)burger, consument: allemaal rollen die mij toebedeeld zijn. Geen van die rollen geef ik volledig op eigen kracht vorm. Ik heb een inbreng. Maar de gepaste wijze van handelen en denken reikt de samenleving mij op een of andere manier aan. Ook de organisaties waarbinnen ik functioneer, bepalen mee hoe ik mijn rol invul. En ja, sinds een aantal jaren ben ik ook onderwijsinspecteur.

Rollenspel

schaakstukken

In de rol van onderwijsinspecteur stappen was jaren geleden een aanpassing. Plots word ik met een vorm van aanzien en respect behandeld die ik niet gewoon ben. Ik leer op mijn woorden letten. Want de luisteraar koppelt er een absoluutheid aan die ze niet hebben. Wellicht is de controlerende functie van de onderwijsinspectie daar niet vreemd aan. Naarmate de jaren vorderen, komt er een kentering. Naast het controleren komt er ook ruimte voor het stimuleren. Ik bespaar je de homerische discussies die de onderwijsinspecteurs onder elkaar voeren over het verschil tussen stimuleren en begeleiden.

Het doorlichtingsconcept nieuwe stijl kan je karakteriseren in drie woorden: controleren, stimuleren, verbinden. Maar als de rol van de onderwijsinspectie evolueert, dan verandert ook onze relatie met de schoolteams. Ook dat proberen we uit in de proefdoorlichting. Ook voor de schoolteams is het wennen.

De doorlichtingsweek in vogelvlucht

echt planVan mijn huisdeur tot aan de school is volgens Google maps 106 km en 1u19 minuten rijden zonder verkeer. Het venijn zit in de staart: zonder verkeer. Want er liggen op mijn weg drie file-knelpunten zodat je er gerust een uur kan bijtellen. Dat zie ik niet zitten: veel tijdverlies én véél te vroeg opstaan. Dus blijf ik logeren in een B&B.

 

 

 

Onherstelbaar vlucht de tijd (Vergilius)

Maandag 9u verschijnen vier onderwijsinspecteurs in de school, aroused zegt men in het Engels. Een moeilijk te vertalen begrip, zoiets als ‘wakker’ en ‘alert’? Maar wel met het voornemen véél bij te leren. Onze coördinerende inspecteur volgt ons de hele dag. Voor haar is het belangrijk de botsing van de theorie met de realiteit te observeren. We maken kennis met het directieteam, ik loop een eerste keer verloren in het gebouw …

Maandag en dinsdag voeren we de ‘startgesprekken’ met het beleid, met de vakgroepen, met de verantwoordelijken van de begeleiding. De bedoeling van zo’n startgesprek is het schoolteam de kans te geven hun verhaal te doen. De onderwijsinspecteurs luisteren, het is wel actief luisteren natuurlijk!

Dat is wel even wennen. In ronde drie zat ik tijdens de eerste gesprekken op vinkenslag om zoveel mogelijk informatie te verzamelen. Hoe meer hoe liever. Redelijk sturend om dat te kunnen realiseren. De voornaamste vaardigheid, die ik nu inzet, is het stellen van open vragen. Vragen die niet sturend zijn. Daar heb ik een doelgerichte bijscholing over gekregen. Klinkt best gemakkelijk, maar is het niet. Ook onze gesprekspartners waren wat onzeker: duizend-en-één zaken kunnen ze, willen ze vertellen. Maar de tijd is beperkt, dus moeten ze keuzes maken.

“Keep calm and carry on”, zeggen de Britten

We bekijken documenten, doen klasbezoeken en voeren tussentijdse gesprekken. En ik loop weer een paar keer verloren in het gebouw. Ik jaag daarbij een enkele leraar, die niet betrokken is bij de doorlichtingsfocus, de stuipen op het lijf door per ongeluk zijn klas binnen te vallen.

We ondervinden dat onze nieuwe aanpak veel overleg binnen het doorlichtingsteam vergt. Meer dan vroeger. Omdat we woensdagnamiddag alle vier op een verschillende locatie zijn, nemen we onze toevlucht tot skypen. Ik heb een groep aangemaakt. Eén keer klikken en kijk: de drie collega’s verschijnen in beeld. Twee uur hebben we gepalaverd. De wonderen van techniek.

De ontwikkelingsgerichte dialoog

Het is al donderdag. We lopen ondertussen niet meer verloren in het gebouw. In de namiddag bereiden we in team de gesprekken van die dag voor. We gaan in opnieuw in gesprek met het beleid, met de vakgroepen en de verantwoordelijken van de begeleiding. Een collega uit het ontwikkelteam ondersteunt ons daarbij. Want die gesprekken zijn anders dan de vroegere briefings. Het zijn reflectiegesprekken. Wat we gehoord, gelezen, gezien en besproken hebben, kristalliseert zich nu voor elke onderzocht onderwerp. Met behulp van de ontwikkelingsschalen brengen we de positie van de school in kaart. Alle voorafgaande dagen werken we daarnaartoe. Samen met onze gesprekspartners. Tijdens de reflectiegeprekken komt nu daadwerkelijk een dialoog tot stand, een dialoog die gericht is op het benoemen en waarderen van de sterke punten en het aanzetten tot reflectie door het aanreiken van mogelijke blinde vlekken. Onze gesprekspartners zijn weer wat onwennig met de actievere rol die ze hierin verondersteld worden op te nemen.

La vita è bella (soms toch)

sun shiningWeekend in aantocht. De lucht is felblauw, de zon doet de blaadjes van de bomen blinken. Er waait een zacht mediterraan briesje. Maar dat is niet de enige reden voor mijn goed gevoel. De doorlichting nieuwe stijl is beloftevol. En ook mijn collega’s van het doorlichtingsteam zien het zitten. Het zorgde wel voor een meer dan pittige week. Verliep alles zoals gepland en verwacht? Nee. Wij hebben voor onszelf een aantal leerpunten geformuleerd. Ook het scenario voor de week en de gehanteerde instrumenten kunnen nog verfijnd worden. Het is dan ook een proefdoorlichting. En de laatste dag van de doorlichtingsweek? De vrijdag. Mis je die? Klopt. Daarover vertel ik een volgende keer meer.

 

 

8 oktober 2017

Eerste hulp voor het bezoek van de onderwijsinspectie nieuwe stijl

Hoezo nieuwe stijl? Wat betekent dat in de praktijk? Een eerste brok informatie kan ik je nu al geven: de voorbereiding van een doorlichting nieuwe stijl. Want maandag 9 oktober 2017 begin ik als teamcoördinator samen met drie collega’s aan een proefdoorlichting. Uitproberen of de organisatie van een doorlichtingsweek lukt, uitproberen of de vooraf ontwikkelde instrumenten werken, daarover feedback verzamelen … Uitproberen wil ook zeggen dat wat ik hier beschrijf nog verfijnd wordt op basis van de ervaringen. Het is en blijft dus informatie ‘onder voorbehoud’.

De nieuwe stijl?

De basisprincipes van het vernieuwde doorlichtingsconcept zijn de volgende:

Onderwijskwaliteit 7 basisprincipes

Ik wil het nu even hebben over nummer vier ‘scholen vertrouwen geven’. Deze uitdrukking komt uit het regeerakkoord. Wanneer ik dat lees, denk ik aan de schoolteams waar ik zelf deel van uitmaakte. Hoe iedereen, nou ja bijna iedereen, het beste van zichzelf gaf. Ik denk aan de al even gedreven schoolteams die ik sinds een aantal jaren ontmoet. Hoe treed je die tegemoet als onderwijsinspecteur? Waarderend, met vertrouwen, maar niet blind.

Vertrouwen is zelfrespect, tot anderen uitgestrekt.

(Nicolas Valentin de Laténa, 19de eeuw)

Vlaams ParlementHet verwondert me dus niet dat ik in het verslag 1212 (2016-2017) – Nr. 1 van de Onderwijscommissie van het Vlaamse Parlement het volgende lees: “Het genoemde vertrouwen wordt ook nagestreefd in een nieuw opzet van de doorlichting als onderzoek, met als nulhypothese dat de school kwaliteitsvol werkt. Het onderzoek bevestigt die hypothese daarna al dan niet.”

Dus: ik ga naar de school gaan met een open geest. Het schoolteam is kwalitatief bezig, tenzij het tegengestelde blijkt. Daarom is er onderzoek nodig. Dit onderzoek verloopt in verschillende fasen: de voorbereiding, het onderzoek zelf en uiteraard de slotfase.

En wat betekent dat dan concreet?

De doorlichting bestaat uit zeven werkdagen. Het getal ‘zeven’ heeft bijzondere eigenschappen en noemt men daarom weleens een heilig getal. Maar ik weet niet of dat veel aarde aan de dijk zet. Eén werkdag is voorzien voor het verwerken van de door de school aangeleverde informatie, vijf dagen zijn gereserveerd voor het onderzoek in de school zelf en één dag voor het verslag.

Fase1: de voorbereiding in theorie

In ronde drie legt het inspectieteam na een dag vooronderzoek op de school zelf vast wat het onderzoekt (de focus) in de doorlichtingsweek. Deze actie, een dag ter plaatse gaan, is in Inspectie 2.0 gesneuveld. Zie principe nummer zeven: de doorlichtingsfrequentie verhogen. Dat heeft voor gevolg dat de focus op een andere manier vastgelegd en meegedeeld wordt aan de school en dit ruim voor de doorlichtingsweek begint. De school moet immers de tijd krijgen de gevraagde documenten ter beschikking te stellen. Want ja, de lijst klaar te leggen documenten bestaat nog wél, zij het sterk uitgezuiverd. Over de termijnen hiervoor denkt de ontwikkelgroep nog na.

Fase1: de voorbereiding in de try-out

Voor ik aan de analyse van de door de school aangereikte documenten op mijn voorbereidingsdag kan beginnen en mijn planning opstellen, moet er heel wat gebeuren. Als teamcoördinator neem ik contact op met de school. Die heeft dan al een algemene aankondigingsbrief gekregen. De school hoeft niet meer de onderwijsinspecteurs van het team te googelen, ik deel mee wat hun vakexpertise is. In de contacten over en weer wissel ik met de school de documenten en informatie uit die nodig is om de focus vast te leggen en de planning van de doorlichtingsweek voor te bereiden. Tussendoor overleg ik verschillende malen met het doorlichtingsteam via mail, telefoon en skype.

Enfin, zo zou het ongeveer moeten lopen. Maar, ondertussen lopen de andere werkzaamheden door, mijn computer blokkeert en aanvaardt mijn wachtwoord niet meer, de directie zit in overleg en krijg ik telefonisch niet te pakken, dan zit ik in overleg en kan dus niet bellen of mailen, de directie heeft wat extra uitleg nodig, er is een treinstaking op 10 oktober knal in de doorlichtingsweek …

Het lukt!!

het luktSoms krijg ik weleens het gevoel dat de wet van Murphy - alles wat fout kan gaan, zal fout gaan – het speciaal op mij gemunt heeft, wat natuurlijk onzin is. Het tegendeel wordt bewezen: de focus ligt vast, de weekplanning van lesbezoeken en gesprekken is er: het team en de school zijn startensklaar. Ach, ook voor mij is het nu soms duizend doden sterven tot alle documenten en procedures op punt staan. Mijn beroepsfierheid eist een zekere graad van perfectie en perfectie is niet van deze wereld. Niet voor schoolteams, niet voor onderwijsinspecteurs.

Maar gelukkig is dit een proefdoorlichting en geen ‘echte’ doorlichting. De school krijgt feedback, maar geen advies. En de onderwijsinspecteurs kunnen nadenken hoe ze de procedures en documenten kunnen verfijnen. Ons inspectieteam gáát ervoor en samen met de school lukt het ons deze proefdoorlichting tot een goed einde te brengen. Afspraak tegen volgende week voor een overzicht van fase 2, de doorlichtingsweek in de proefdoorlichting?