Onderzoek naar de tijdelijke projecten deeltijds kunstonderwijs (schooljaar 2015-2016)

Wat is het doel van het onderzoek?

Op vraag van de minister van Onderwijs voerde de onderwijsinspectie in het schooljaar 2015-2016 een onderzoek uit naar de tijdelijke projecten deeltijds kunstonderwijs.

De onderwijsinspectie zocht een antwoord op volgende onderzoeksvragen:

1. Bereiken de tijdelijke projecten de vooropgestelde doelen op een kwaliteitsvolle manier?

2. In welke mate beantwoorden de tijdelijke projecten aan een maatschappelijk relevante vraag?

3. Zo ja, in welke mate kunnen/moeten de tijdelijke projecten opgenomen worden in de organieke structuur van het dko?

 

Hoe ging de onderzoeksgroep te werk?

Om voldoende objectiviteit te garanderen, legde het inspectieteam een systematiek van onderzoek vast. Deze systematiek volgt de methodiek van de doorlichting waarbij bronnenonderzoek, gesprekken en observaties centraal staan om via triangulatie tot juiste conclusies en advisering te komen. Daarnaast ontwierp het inspectieteam verschillende instrumenten om de gelijkgerichtheid in het onderzoek te verzekeren. Het kwaliteitskader was gebaseerd op drie pijlers:

1. De doorlichtingsmethodiek van het kwaliteitsonderzoek

2. De criteria die de regelgeving voorop stelt om tijdelijke projecten te beoordelen

3. De criteria die de inspectie gebruikt bij het erkenningsonderzoek

 

Alle tijdelijke projecten die een vernieuwende inhoud aanbrachten of gericht waren op een specifieke doelgroep werden in het onderzoek meegenomen. In totaal kwamen dertien tijdelijke projecten aan bod.

 

Wat zijn de resultaten?

Lees meer in ons rapport: pdf bestandTijdelijke projecten kunstonderwijs: een stand van zaken (3.7 MB)

Een korte beleidssamenvatting vind je in deel 3 van de Onderwijsspiegel 2017.

 

Met vragen over het onderzoek kan je terecht bij coördinerend inspecteur karin.verweij@onderwijsinspectie.be