Toekennen getuigschrift basisonderwijs in het buitengewoon basisonderwijs

Opdracht van de inspectie

Wanneer een klassenraad beslist om aan leerlingen die het buitengewoon lager onderwijs voltooien, het getuigschrift basisonderwijs uit te reiken, moet deze een aanvraag- en verantwoordingsformulier naar de onderwijsinspectie sturen. Deze aanvraag gebeurt voor 1 juni.
Het is de opdracht van de onderwijsinspectie om na te gaan of de leerdoelen van het gevolgde handelingsplan als gelijkwaardig kunnen beschouwd worden met de leerdoelen van het gewoon lager onderwijs. Deze opdracht voert de onderwijsinspectie uit tegen 20 juni.
De onderwijsinspectie oordeelt op basis van de gegevens in het aanvraag- en verantwoordingsformulier.
De handelingsplannen zelf blijven in de school ter inzage van de onderwijsinspectie. Bij wijze van steekproef kan de onderwijsinspectie enkele volledige handelingsplannen opvragen of in de school komen inzien.

Werkwijze en instrumenten

Voor 1 juni stuurt de directeur van de school, waarvan leerlingen(groepen) in aanmerking komen om het getuigschrift basisonderwijs te behalen, een specifiek aanvraag-en verantwoordingsformulier. U vindt dit formulier als bijlage bij de omzendbrief (zie: extra informatie). De klassenraad en de directeur ondertekenen het ingevulde formulier. De directeur stuurt het formulier naar de coördinerende inspecteur basisonderwijs (divisie buitengewoon basisonderwijs).
De onderwijsinspectie oordeelt aan de hand van de ingevulde gegevens over de gelijkwaardigheid.
De onderwijsinspectie zendt voor 20 juni de beslissing aan de school voor welke leerlingen de leerdoelen als gelijkwaardig worden beschouwd en voor welke leerlingen dat niet zo is.
De klassenraad beslist over het al dan niet toekennen van het getuigschrift.

Extra informatie

Omzendbrief: Getuigschriften in het buitengewoon Basisonderwijs. (BaO/2000/2)

Aanvraag- en verantwoordingsformulier (FORM00171)

FAQ