Individueel aangepast curriculum (IAC) en studiebekrachtiging

Een IAC is een leerprogramma op maat van een leerling met een verslag voor toegang tot buitengewoon onderwijs. De leerling is niet ingeschreven in het buitengewoon onderwijs, maar wel in het gewoon onderwijs. Het aangepast leerprogramma bevat leerdoelen op maat van de leerling. De klassenraad kiest deze doelen, in afstemming met de ouders en waar mogelijk ook met de leerling en met het CLB of met andere externe ondersteuners. Op afgesproken tijdstippen en wanneer nodig worden de doelen van het IAC aangepast. Dit gebeurt na evaluatie van de vooropgestelde doelen.

De leerdoelen zijn gericht op maximale ontplooiing van de leerling en op zo volwaardig mogelijke participatie aan het klas- en schoolgebeuren. Al naargelang de mogelijkheden en het toekomstperspectief van de leerling zijn de leerdoelen ook gericht op:

  • maatschappelijke participatie, eventueel in een omgeving die in gepaste ondersteuning voorziet;
  • arbeidsdeelname in een omgeving die in gepaste ondersteuning voorziet;
  • tewerkstelling in een omgeving die in gepaste ondersteuning voorziet;
  • tewerkstelling in het gewone arbeidsmilieu;
  • verdere studies.

Als een leerling een individueel aangepast curriculum volgt, moet de school dit melden in het centrale register van inschrijvingen (DISCUMUS).

1. IAC en studiebekrachtiging – Opdracht van de onderwijsinspectie

Leerlingen die een IAC volgen in het gewoon onderwijs krijgen een aangepaste studiesanctionering. Uitzonderlijk krijgen deze leerlingen toch de gewone studiebekrachtiging. Dit is het geval als de doelen van het IAC gelijkwaardig zijn met de doelen van het gemeenschappelijk leerprogramma. De beoordeling van de gelijkwaardigheid gebeurt door de onderwijsinspectie. Volgens artikel 115 van het Besluit van de Vlaamse Regering houdende de codificatie betreffende het secundair onderwijs moet de onderwijsinspectie voorafgaand aan de uitreiking van het reguliere studiebewijs een uitspraak doen over de gelijkwaardigheid van het individueel aangepast curriculum. Dit gebeurt vóór het tijdstip van de delibererende klassenraadsbeslissing.

2. Werkwijze en instrumenten

Klik op de naam van het onderwijsniveau om meer te weten over de procedure om gelijkwaardigheid aan te vragen van de doelen van het individueel aangepast curriculum met de doelen van het gemeenschappelijk curriculum van een structuuronderdeel van:

3. Aanvragen van gelijkwaardigheid van de doelen van het IAC met de doelen van een structuuronderdeel van het gewoon voltijds secundair onderwijs en studiebekrachtiging

Het toekennen van de gewone studiebekrachtiging aan een leerling die een IAC volgt in het gewoon voltijds secundair onderwijs gebeurt in volgende stappen:

  1. De klassenraad beslist om gelijkwaardigheid aan te vragen.
  2. De school stelt een verantwoordingsdossier op.
  3. De onderwijsinspectie beoordeelt de gelijkwaardigheid.
  4. De delibererende klassenraad beslist of ze het gewone studiebewijs toekent

3.1 De klassenraad beslist om gelijkwaardigheid aan te vragen

Een IAC is een leerprogramma op maat van een leerling met een verslag voor toegang tot buitengewoon onderwijs. De leerling is niet ingeschreven in het buitengewoon onderwijs, maar wel in het gewoon onderwijs.

Het aangepast leerprogramma bevat leerdoelen op maat van de leerling. De klassenraad kiest deze doelen, in afstemming met de ouders en waar mogelijk ook met de leerling en met het CLB of met andere externe ondersteuners. Op afgesproken tijdstippen en wanneer nodig worden de doelen van het IAC aangepast. Dit gebeurt na evaluatie van de vooropgesteld doelen.

Als de doelen van het (bijgestelde) IAC gelijkwaardig zijn aan de doelen van het gemeenschappelijk curriculum, dan kan de klassenraad beslissen om de gelijkwaardigheid aan te vragen. De klassenraad legt deze beslissing vast in het klassenraadverslag of in de notulen.

3.2 De school stelt een verantwoordingsdossier op

De school maakt een dossier op per leerling die een individueel aangepast curriculum volgt en in aanmerking komt voor de gewone studiebekrachtiging. Dit gebeurt via een specifiek aanvraag- en verantwoordingsformulier. Voor het voltijds secundair onderwijs vindt u het formulier via deze link.

De directeur als gemandateerde van de klassenraad vult het formulier in en ondertekent het. Formulieren die niet volledig zijn ingevuld, kunnen niet behandeld worden. Samen met het ingevulde formulier bezorgt de school eveneens de notulen of het verslag van de klassenraad waarop beslist werd om de gelijkwaardigheid aan te vragen.

De school stuurt het formulier voor 1 mei van het schooljaar waarop de aanvraag betrekking heeft naar:

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Onderwijsinspectie – Zorgpunt
Koning Albert II-laan 15
1210 BRUSSEL

Het ingevulde formulier en de bijlagen kunnen ook digitaal bezorgd worden aan:
gerda.vanryckeghem@onderwijsinspectie.be

De planningsdocumenten met de individuele doelen, de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van het individueel aangepast curriculum, opgesteld op basis van overleg met de ouders, de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding, blijven in de school. Bij wijze van steekproef kan de onderwijsinspectie deze planningsdocumenten opvragen of in de school komen inzien. De school bewaart deze documenten minimum nog 5 jaar nadat de leerling de school definitief heeft verlaten.

3.3 De onderwijsinspectie beoordeelt de gelijkwaardigheid

De onderwijsinspectie oordeelt over de gelijkwaardigheid van het vooropgesteld curriculum aan de hand van de ingevulde gegevens op het ingediende aanvraag- en verantwoordingsformulier.

De onderwijsinspectie deelt haar beslissing over de gelijkwaardigheid schriftelijk mee. Dit gebeurt ten laatste op 1 juni van het schooljaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

3.4 De delibererende klassenraad beslist of ze het gewone studiebewijs toekent

Indien de onderwijsinspectie oordeelt dat de doelen van het vooropgesteld individueel aangepast curriculum gelijkwaardig zijn aan de doelen van het gemeenschappelijk curriculum kan de leerling in aanmerking komen voor het behalen van het overeenkomstig reguliere studiebewijs.

De delibererende klassenraad beslist over het toekennen van het overeenkomstig studiebewijs. De klassenraad oordeelt op grond van alle documenten in het leerlingdossier of de doelen van het gelijkwaardig verklaarde individueel curriculum op voldoende wijze zijn bereikt door de betreffende leerling. Dit gebeurt na de vijfde laatste lesdag van de maand juni en vóór het einde van het schooljaar.

4. Aanvragen van gelijkwaardigheid van de doelen van het IAC met de doelen van een structuuronderdeel van het deeltijds beroepssecundair onderwijs en studiebekrachtiging

Het toekennen van de gewone studiebekrachtiging aan een leerling die een IAC volgt in het DBSO gebeurt in volgende stappen:

  1. De klassenraad beslist om gelijkwaardigheid aan te vragen.
  2. Het centrum voor deeltijds onderwijs stelt een verantwoordingsdossier op.
  3. De onderwijsinspectie beoordeelt de gelijkwaardigheid.
  4. De delibererende klassenraad beslist of ze het gewone studiebewijs toekent.

4.1 De klassenraad beslist om gelijkwaardigheid aan te vragen

Een IAC is een leerprogramma op maat van een leerling met een verslag voor toegang tot buitengewoon onderwijs. De leerling is niet ingeschreven in het buitengewoon onderwijs, maar wel in het gewoon onderwijs. Het aangepast leerprogramma bevat leerdoelen op maat van de leerling.

De klassenraad kiest deze doelen, in afstemming met de ouders en waar mogelijk ook met de leerling en met het CLB of met andere externe ondersteuners. Op afgesproken tijdstippen en wanneer nodig worden de doelen van het IAC aangepast. Dit gebeurt na evaluatie van de vooropgesteld doelen.

Als de doelen van het (bijgestelde) IAC gelijkwaardig zijn aan de doelen van het gemeenschappelijk curriculum, dan kan de klassenraad beslissen om de gelijkwaardigheid aan te vragen. De klassenraad legt deze beslissing vast in het klassenraadverslag of in de notulen.

4.2 Het centrum voor deeltijds onderwijs stelt een verantwoordingsdossier op

Het centrum maakt een dossier op per leerling die een individueel aangepast curriculum volgt en in aanmerking komt voor de gewone studiebekrachtiging. Dit gebeurt via een specifiek aanvraag- en verantwoordingsformulier. Voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs vindt u dit formulier via deze link.

De directeur als gemandateerde van de klassenraad vult dit formulier in en ondertekent het. Formulieren die niet volledig zijn ingevuld, kunnen niet behandeld worden. Samen met het ingevulde formulier bezorgt het centrum eveneens de notulen van de klassenraad waarop beslist werd om de gelijkwaardigheid aan te vragen.

Ten minste 30 werkdagen vóór het tijdstip van de delibererende klassenraadsbeslissing stuurt het centrum het dossier naar:

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Onderwijsinspectie – Zorgpunt
Koning Albert II-laan 15
1210 BRUSSEL

Het ingevulde formulier en de bijlagen kunnen ook digitaal bezorgd worden aan:
gerda.vanryckeghem@onderwijsinspectie.be

De planningsdocumenten met de individuele doelen, de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van het individueel aangepast curriculum, opgesteld op basis van overleg met de ouders, de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding, blijven in het centrum. Bij wijze van steekproef kan de onderwijsinspectie deze planningsdocumenten opvragen of in het centrum komen inzien. Het centrum bewaart deze documenten minimum nog 5 jaar nadat de leerling het centrum definitief heeft verlaten.

4.3 De onderwijsinspectie beoordeelt de gelijkwaardigheid

De onderwijsinspectie oordeelt over de gelijkwaardigheid van het vooropgesteld curriculum aan de hand van de ingevulde gegevens op het ingediende aanvraag- en verantwoordingsformulier.

De onderwijsinspectie deelt haar beslissing over de gelijkwaardigheid schriftelijk mee. Dit gebeurt ten laatste 30 werkdagen na het indienen van het volledige dossier.

4.4 De delibererende klassenraad beslist of ze het gewone studiebewijs toekent

Indien de onderwijsinspectie oordeelt dat de doelen van het vooropgesteld individueel aangepast curriculum gelijkwaardig zijn aan de doelen van het gemeenschappelijk curriculum kan de leerling in aanmerking komen voor het behalen van het overeenkomstig reguliere studiebewijs.

De klassenraad beslist over het toekennen van het overeenkomstig studiebewijs. De klassenraad oordeelt op grond van alle documenten in het leerlingdossier of de doelen van het gelijkwaardig verklaarde individueel aangepast curriculum op voldoende wijze zijn bereikt door de betreffende leerling.

Voor het deeltijds secundair onderwijs gebeurt dit voor elke studiebekrachtiging door de delibererende klassenraad. Het tijdstip is afhankelijk van de leervorderingen (componenten leren en werken) van de leerling in zijn individuele leertraject.